De chips-generatie

Een groep kinderen, allen tussen ik schat 4 en 9 jaar oud stapten voorbij, net na schooltijd. De helft van hen hadden om-ter-grootste zakken chips in hun handen, waar ze gretig uit zaten te schranzen. Ze stapten stoer verder, naar een pleintje. Waar nog andere kinderen zaten, pronkend met hun snoepgoed dat een trofee, een status-symbool leek. De kinderen zonder, moesten bedelen om ook een hap te krijgen.
Ik keek toe en had medelijden, vooral met dat ene kind wiens flinterdunne kledij niet echt bestand was tegen de koude wind, en toch z’n kleine zak Dorito’s beschermde met enkele kreten en woorden. Geen van allen kon blijkbaar een zin vormen.
Mijn tram kwam er net aan, en ik stapte op, om ook daar te zien dat de energiedrankjes en chips alom tegenwoordig waren. Ik stond recht, me recht houdend aan een handgreep terwijl de kinderen alles zitjes innamen. Dat m’n rug pijn doet, nam ik er bij. Wat nog meer pijn deed was de gedachte dat deze generatie ooit in een volledig geautomatiseerde wereld zal terecht komen, grootgebracht op chips, suiker en om-ter-stoerste doen.

Armoedebestrijding gaat in mijn opinie ook samen met sturing, educatie en vooral het bewaren van een opbouwende samenleving. Langer-termijn denken met de nodige afwegingen tussen strikt zijn en vrijheid geven.
Daar voor hebben we een beleid, een plan en politiek overleg.

Ik woon toevallig naast een school. De middagpauze wordt daar massaal genuttigd door uit de vlakbij gelegen supermarkt chips en andere rotzooi buiten te slepen.
Vaak zie ik een hele week lang (behalve woensdag, dan zitten wat verderop bij de lokale frituur op de grond) dezelfde kinderen, met dezelfde enorme pakken chips op diezelfde plekken liggen, hangen en zitten.

Elke dag opnieuw…

Blijkbaar sluit men de ogen in zulke scholen, net als bij de supermarkt en bij de staat, het onderwijs, en volksgezondheid, kind en gezin, de ouders en de omgeving.

Waarom zouden ze ook, kritiek is niet meer van deze tijd, aangezien het toch nooit wordt opgevolgd door echte actie. Je kan een opmerking geven, maar dan ben je niet meer an een zeurkous, een loser, een onnozelaar of bemoeizieke-weet-ik-veel-wat.
Men wil het niet weten want “iedereen eet toch wat’m wilt hé”. Het antwoord bij de scholen is hetzelfde als altijd: niet onze verantwoordelijkheid,… iets dat iedereen zegt. En dan ben je er vanaf, en kan je niemand aanwijzen. (terecht trouwens, de scholen zijn niet de enigen die een rol spelen hier).

Wanneer zo’n kind zou vragen om een pakje L&M sigaretten te kopen, waarna de supermarkt het nog zou durven verkopen, zouden er gevolgen zijn omdat de wetgeving hier duidelijk over is.

Wanneer datzelfde kind een enorm pak Lay’s chips met Bolognaise koopt en nog wat zuurtjes en een blik red bull, is er “geen probleem”. Ook niet wanneer dat de dag erna opnieuw gebeurt. En opnieuw… en opnieuw.

Meer nog, men heeft het nog graag ook, aangezien de kinderen dan budgetair geen probleem vormen in de nabijgelegen school (lees: de leerkracht kan bv. naar de kapper of dezelfde supermarkt(!) tijdens de middag in plaats van op kinderen te moeten letten in een refter).

Kinderen proppen zich tegenwoordig in de buurt van scholen massaal vol met chips en ongezond eten (we zijn de tijd van het geniepig een snoepje in het snoepwinkeltje halen echt al lang voorbij).

Men gaat met blijkbaar zeer dikke portemonnee’s naar supermarkten, nachtwinkels en krantenwinkels om er echt alles in te slaan waar een kind maar zin in kan hebben. Een jongen van 14 vertelde me dat ze zelfs om de beurt elke week naar de Colruyt gaan om energiedrankjes goedkoper aan te kopen in grotere aantallen en deze dan op straat te verdelen onder de kinderen. (ondernemend wel).

Mooie maatschappij, we zijn in 20 jaar tijd geëvolueerd van onder streng toezicht en in alle stilte een kop thee drinken en je brooddoos leegeten,… naar het op straat liggen met een pak friet, en groepsaankopen doen om elke dag chemische troep te nuttigen teneinde de school haar budget te laten kloppen en de leerkrachten vooral niet tot last te zijn.

Is het echt zo ver gekomen dat de scholen en bij uitbreiding de staat, de ogen sluit voor dit fenomeen? Is het zo ver gekomen ook, dat men dan nog maatregelen gaat in de hand werken die deze totaal desastreuze tendens nog versterkt?

Ik durf zelfs beweren dat men stilaan naar de toestanden zoals in de VS is aan’t evolueren, waar kinderen ‘s middags een junkfood-keten binnenstappen die gelegen is op het schoolterrein. De zogenaamde ‘boterhammentaks’ was hier ook al een indicatie van, en gezien bepaalde neo-liberale kortzichtige politici maar al te graag ons land en onze toekomst uitverkopen, lijkt de tijd stilaan rijp om ook het onderwijs volledig over te laten aan de meestbiedende.

Naschoolse opvang is een totaal bullshit excuus om kinderen te laten opdraaien voor de gokverslaving van gemeenten die hun geld nooit deftig hebben kunnen beheren en in feite geen halve zier geven over hun inwoners, hun kinderen of hun toekomst (of het moest even verkiezingscampagne zijn, dan eventjes wel hoor).

De oplossing is simpel: wanneer er een kost verbonden zou zijn aan die ‘opvang’ tijdens de middag: voorzie daar dan personneel voor.

Kan je dat niet betalen als school: ga dan creatief om met het probleem ipv te takseren, en tracht er intussen actief iets aan te doen dat kinderen wandelende chipsvreters zijn geworden tijdens de middag, want de kosten in de gezondheidszorg gaan ooit ook stijgen op deze manier, om maar te zwijgen over de nadelen op sociaal gebied.

Koppel daar ook nog een zekere controle of aanpassen aan vast om de verkoop van al te schadelijke zaken in de buurt van scholen in te dijken, en informeer mensen. Avondeten is al te vaak een potje instant opwarm-noedels of een zak chips.

Intussen koop ik aandelen van Pepsico en Lay’s denk ik, want de chips en cola verkoop gaat er zeker niet op achteruitgaan met dit soort visies en kortzichtigheid.

De chipsgeneratie is in volle opgang. Al zijn er ook anderen, die wel beseffen dat het troep is, alleen springen die minder vaak in’t oog op straat uiteraard.

Kim0raku

Dit was een update van een eerder verschenen blogpost uit 2014.

U gaat dit niet lezen

Ik blog, al lang. Ik had een livejournal, een 365 live (of wat was dat microsoft spul ook alweer), twee blogspot accounts, een medium en een eigen website op wordpress… en ik schrijf daar al jaren stukjes, verhalen, en opinies.

Over mijn periode werkloosheid, mijn frustraties van op mijn toenmalige job, technische reviews, politiek, kortverhalen, tot zelfs de kwaliteitskeuring van de lokale supermarkten toe.

Schrijven doe ik vaak, veelvuldig en vooral om mezelf een uitlaatklep te geven. Dingen van je afschrijven is nu eenmaal iets dat sommige mensen helpt. Ik heb er dan ook mijn plezier aan beleefd.

Ik zie ook vele andere mensen dit doen. Over hun katten, hun liefdesleven, de maaltijden die ze fotograferen en bespreken, een foto van hun werderhelft op de zetel of in een tent in een ver land, met daarbij telkens een mooie opsomming van hun dag en het hoe en waarom van de desbetreffende blogpost.

En geen kat leest het allemaal. Wie wil er nog schrijven als niemand iets leest?

De realiteit is, dat de titel en misschien de twee zinnen die er op volgen nog gelezen worden, en men dan wegklikt.

Naar het volgende item, de Instagram post van een meisje met een millennial froufrou die aan een ijsje likt, het model die haar nieuwe yogabroek showt (face down, ass up…) of een DJ die met z’n handen in de lucht aan’t lachen is tijdens het uitvoeren van z’n job.

Wat je schrijf verdwijnt in een soort van zwarte brei, waar alle schrijfsels van verveelde huismoeders, gesponsorde aandachtshoeren, extremisten, politieke klojo’s en bekende Vlamingen met hun nieuwste merchandise ook in verdwijnen. Samen met de serieuze stukken over technologische vooruitgang of belangrijke wetenschappelijke ontwikkelingen of onderzoeksjournalistiek.

Daar in de zwarte brei die het allemaal wordt, roert af en toe iemand in de pot en vist er een kleine hap uit met een verrotte pollepel, om even te proeven, er een nip van te nemen.

Meestal met het doel de smaak te bekritiseren of de hele pot te verwijten dat hij zwart ziet. 
En dan vooral niet te lang, niet te veel, alles langer dan 400 woorden is onleesbaar, alles dat niet geschreven is in korte roepzinnen is niet meer te bevatten, alles met bijzinnen, die vaak onnodig er tussen worden gelapt om enige gedachtenkronkels een beetje ruimte te geven, zoals bij mij soms gebeurt wanneer ik even in bijzin-mudus ga, en vervolgens ook de spuigaten uit kunnen beginnen lopen, is een maat voor niets.

Men snapt het anders niet, het is te tijdrovend. 
Niet snappy genoeg. Knip, knip in de vingers, alles moet er zijn. Voor mij, mij, mij, gratis, makkelijk en nu. En vooral moet ik het kunnen stelen, meenemen en als eigen maaksels kunnen laten doorgaan. Da’s de houding zo’n beetje.
Want we moeten nog shoppen, naar de kapper en zo veel andere belangrijke dingen doen die er ook niet toe doen,…

Ik lees zelf veel. Maar ik zie soms mijn eigen stukken terug opduiken, waar dan een of andere “beroemde” twitteraar (als dat al bestaat) een stuk heeft uitgenomen en herkauwd in zijn/haar/x stijl. De stijl die dan ‘beter in de smaak’ valt, of die gericht is op het kleine doelpubliek van de ads die er naast of boven staan te blinken. 
En ja, ik had dat ook zo kunnen schrijven, ik kan die fluffy luchtbelstijl perfect imiteren. Maar ik ben dan niet meer aan’t schrijven maar acteren. De spiegel zou me uitlachen in mijn gezicht, moest ik dit doen. Want ik schrijf zo niet, ik ben zo niet. Het hoeft ook niet.

De stortvloed aan blogposts, of open brieven zoals men het nu noemt, is niet meer te tellen. Iedereen die maar enigszins meer dan 1000 (al dan niet aangekochte) twitter volgers heeft mag vanuit het met dauw besprenkelde gras van zijn/haar/x riante achtertuin een mening herkauwen van iemand anders, op de obligate aluminium laptop, met een eigentijdse “in” tint erbij. Wat zijn ze in. Heb ik dat al gezegd? Dat ze in zijn?
Je mag van mij stelen, ik doe dat ook,… maar wees dan zo fair om je oorspronkelijke heilige bron eens bekend te maken. Gun iemand anders ook eens iets, en wie weet, wordt men dan guller met, en vriendelijker over dat ‘sharen’.

Iemand die jou helpt rijk, bekend of geshared te worden, moet je iets teruggeven, iets laten mee profiteren.

Je kan ze niet meer tellen, de eigentijdse trendy, bijdehandse mensen die korte, overhypte stukjes schrijven die worden geshared door de media-in crowd. De mensen met linkedin-sektes achter zich, hordes klikkers en slikkers, content marketing slurpers, afgedankte journalisten met een olifantenvel of zonen en dochters van een of andere rijke industrieel die toch niets anders te doen hebben dan terend op een gouden parachute, in hun beschermde bubbel, het “te maken” in de media. De stukjes zijn meestal niets meer dan wat een schurend scharniertje voortbracht. De media op zich is niets meer dan een gigantische defecte kopieermachine zonder teller.

Schrijven is op zich al iets waarbij je normaal één van de vele, vele stemmen bent, daar moet je tegen kunnen. En da’s op zich ook niet erg, dat was al zo sinds er drukpersen voor het eerst gebruikt werden.

De hoop om in een boeken top-10 te staan heb ik nooit gehad, ik heb zelf nooit geschreven uit pure ‘ik ga het maken’ ambitie, ik schrijf in hoofdzaak om van mijn eigen spinsels en ideeën af te geraken, wat er daarna mee gebeurd is niet meer onder mijn controle, ik hou me daar ook niet mee bezig. 
Wat niet betekent dat mensen me niet mateloos kunnen irriteren wanneer ze ideeën lenen ter eigen gewin zonder meerwaarde, vooral wanner ze zich in kuddes begeven en hun eigen brein enkel nog dient om zo goed mogelijk in die kudde mee te kunnden stappen.

Jammer dat je soms een TLDR-stukje schrijft… waar een punt wordt gemaakt met de bewijzen en de achtergrond er bij, waar ik ook de nodige research in stak, en waar je dan NUL komma NUL reactie op krijgt… puur omdat je niet BIJ de sekte hoort. (men ruikt zulks al snel)

Enkele weken later wordt exact dezelfde inhoud uitgekotst door iemand die wèl in de in-crowd vertoeft (ik stel me iemand voor die naast een contentkonijn zit, met een zere kont van het veelvuldig op een te scherpe rand te moeten zitten van een houten pallet in een “trendy” koffiebar, of van iets anders… who knows). 
Deze keer echter, wordt het meteen door de cult-followers geshared, geliked, en gehyped… zelf hebben ze’t waarschijnlijk niet eens volledig gelezen (wie doet dat nu nog) en er wordt ook daar geen gevolg aan gegeven,… want het gaat ook niet om de inhoud. Het gaat om de ik-hoor-bij-jou gevoelens, de trefwoorden die in een niche vallen waar nog kliks te rapen zijn, en waar je eventueel nog wat centen kan rapen door welke brok tekst dan ook neer te planten. Het gaat om X die iets post en dus absoluut door netwerkende Y moet worden geshared. De leegloop van de opbrengst is dit, want hoe vaker je dat doet, hoe meer waardeloos je posts.

Wanneer zulke mensen een stuk schrijven dat kant nog wal raakt, met de juiste toon, geen punt maakt en nog gestolen blijkt van bijelkaargeharkte posts, dan nog sharen dezelfde 100 tot 2000 mensen het in hun cirkel. Hun scheten ruiken naar verluid ook naar de duurste soort Starbucks-koffie en rozemarijn, tenzij op feestdagen, dan stinken ze, net als de mijne.

Er zijn gelukkig nog een paar mensen (en ik ga ze hier niet vermelden uit respect) die wèl schrijven en een blog onderhouden die consistent inhoud en kwalitatief leesvoer oplevert, en die ook niet inwonen bij de contentkonijnen, die niet in de kliek worden uitgenodigd voor koffie en een gebakje, evenmin casual seks bezigen op een Twunch, maar die ongelofelijk waardevolle dingen schrijven. Hun subsidies zijn ze meestal al eeuwen kwijt, en nooit vinden ze sponsors buiten de liefdadigheid.

En daar krijgen ze ook nooit een referentie, pluim, of credits voor hun schrijfsels. Al zijn ze vaak terug te vinden, later in een aangepaste vorm, met een andere naam eronder, wanneer er weer eentje van de kliek zonder “content” zit… (wat nogal vaak gebeurt aan hun magere dievenmentaliteit en inteelt te zien).

Maar ik e-mail zulke mensen (ze gebruiken nog e-mail, whoohoo), bedank hen voor de inhoud en de moeite, en ik zeg hen dat ik het las. Helemaal. En dat het iets waard was. Helemaal.
En wanneer ik er iets van gebruik, in een eigen schrijfsel, antwoord of aanvulling ben ik zo fideel om hen credit te geven en de bron te vermelden.

Zònder dat ze mijn shit moeten lezen, met terugvolgen, liken, of trending maken. Dat hoeft helemaal niet. 
Ik hoef hen ook niet in mijn Facebook vriendenkring, of het traag vergif-netwerk van Linkedin,… hou het bij. 
Ik geef hen geen visitekaartje waarna ik een selfie neem met hun verkreukelde gezichten die verweerd zijn door in de meest gure weersomstandigheden naar hun onderbetaald werk te moeten fietsen terwijl ze eigenlijk voor hun schrijven al lang “binnen” hadden moeten zijn in een meer correcte maatschappij.
In schril contrast met de opgelapte mediaverschijnselen die niet eens zelf hun boeken schrijven en op de boekenbeursfeestjes lijnen coke moeten snuiven om zichzelf nog enigszins recht te houden. (You know who you are, you dirty s**t 😉

U hoeft het niet te lezen. Want men klikt alweer weg. Naar die hond die kunstjes kan of de zoveelste politieke zak die zichzelf in de kijker loopt in de hoop op shares, likes, stemmen en beroemdheid, of de zoveelste ‘hoe ik mijn kont lekker strak krijg’-blogpost van een of andere mediatroela.

Klik maar weg.

De inhoud maakt niet meer uit.

y