Bart Peeters maakt takkenmuziek

Vandaag zat ik in een wachtzaal waar men de ongelukkige keuze had gemaakt om een live-opname van Bart Peeters door de boxen te laten schallen.

Normaal stoor ik me sowieso al aan de kwelerige rotmuziek die men overal draait op de achtergrond. In winkels, cafés en sportgelegenheden doet men moet blijkbaar zijn best om per sé een soort van hoge-tonen krijsende muziek spelen om de mensen te entertainen (de muzak die ze hier en daar opzetten is stukken beter op dat punt omdat het minder stoort en offensief je oren penetreert).
Na de kattenjank-R&B, de Nathalia-kust-mijn-kloten-kitch ,de vervormde-stemmekes-“rap” en de onhebbelijke opgepompte melodietjes van winnaars van zogenaamde talentenjachten is men nu blijkbaar een nieuwe bron van ellende aan het aanboren; de Vlaamsche gezelligen zangers en zangeressen.

Bart Peeters is op dat punt een symbool voor mijn part, een icoon van de zogenaamde ‘muzikale duizendpoten’ die dit land rijk zijn.
Welnu, ik vind’m een ongeloofelijk non-talent, iemand die met zijn ijle over-acting stem en dito schijtgitaargeplingel me tot pure agressie kan doen bewegen.

Niet dat ik andere muziekgenres dan de mijne niet apprecieer; ik kan bijvoorbeeld een heleboel artiesten niet uitstaan puur omdat ze mijn genre niet spelen, maar ik erken wel hun kunnen. Zo is er een band als Radiohead, die muzikaal mooi in elkaar steekt, ook al kan ik ze geen vijf minuten bezig horen.
Met Bart Peeters gaat het voor mijn part niet meer over muzikale voorkeur, het is gewoon bagger, crap, bullshit, ellende, talentloze blubber.

De opname die ik noodgedwongen moest aanhoren was de heer Bart Peeters met zijn welbekende hogere tonen die totaal onsamenhangende teksten begon te fluisteren in een micro, begeleid door een gitaar die zo te horen willekeurig werd aangetikt door zijn voeten.

Zijn gave om te zingen beperkte zich in deze opname tot dezelfde soort brabbeltaal die ik uitkraam wanneer ik aan weerszijden van mijn gebit verdoofd ben en in de tandartsstoel een boor in mijn mond krijg geduwd.

Hij gaat dan af en toe zogenaamd om een ‘gevoelige snaar’ te raken bij zijn doelpubliek bestaande uit jeughuisvolk dat de 30 is gepasseerd maar gratis tickets had gewonnen, in de hogere tonen zingen, wat totaal onnodig wanneer men over markten en mandarijnen is aan het brallen trouwens.
Het klinkt dan alsof hij eventjes de laatste lettergreep van een woord langgerekt uitademt terwijl hij een gloeiende naald in zijn testikels krijgt geduwd. Dat laatste herhaalt hij dan telkens er een nep-gevoelig moment in zijn “liedjes” voorkomt. Dit is niet zingen, dit is zeer traag onsamenhangend proberen te rappen in het Vlaams terwijl je tracht te acteren dat je een zanger bent.

In ieder geval bleef de opname duren, ik dacht dat ik er na één nummer van deze zingende opgeblazen zoetwaterkwal vanaf zou zijn, maar zo te horen hadden de muziekgoden erover beslist de HELE CD van dat optreden er door te jagen.
Ik kreeg dus een uur lang te horen wat er zich had afgespeeld in een ongetwijfeld overvolle zaal vol met kleinburgerlijke parochie-mensen, inwoners van Boechout, kunstverzamelaars uit Hove, specialisten in binnenhuisarchitectuur en lezers van het weekblad Humo. Allemaal mensen die zich in arm Vlaanderenland moeten voordoen als kunstkenners en muzikale hielenlikkers, dezelfde mensen die tegen een brug zijn terwijl ze hun dorpje nooit verlaten tenzij voor een benefietconcert waar ze rijst inzamelen voor een Afrikaans land. Waarschijnlijk hadden deze mensen hun kinderen bij onder het mom van muzikale opvoeding en culturele vorming. Kinjes die naar goede gewoonte in zulke gemeenten allemaal Jonas, Hilde of Koenraad heten en van hun ouders lessen gitaar en piano cadeau krijgen om daarna gedumpt te worden bij een jeugdbeweging om er vanaf te zijn dat weekend.

Ik stelde me die zaal voor, vol met Bart Peeters-fans. Een zaal waar je op de parking meer terreinwagens en radio2-stickers zou vinden dan eender waar in het universum.

Het geheel klonk als een zatte scoutsleider die op een druilerige zomeravond uit puur liefdesverdriet en met een halve fles vodka in zijn systeem op een gitaar stond te tokkelen terwijl hij zomaar wat uitspuwde.
De melodie, refrein of enig muzikaal geheel ontbrak ook (wat in dit fake ‘kleinkunst’ genre wel hoort). Wat er overbleef was een soort achtergrondgezever met af en toe een ‘pling’ of een ‘plong’ ertussen, ik kan zelfs her en der een tweede instrument horen, of het kon de airco zijn van de wachtzaal die opsprong. Ik had zo’n spijt dat ik mijn mp3-speler met breakbeats, slayer en industrial thuis was vergeten. Ik begont te mijmeren, terwijl Bart gewoon bleef doorkakken over mandarijnen, wandelen, weiden, koeien en andere zaken die je ook al in datzelfde scouts-leven zou plaatsen.

Dat Bart Peeters van vele markten thuis is, betwijfel ik ook. Hij is inderdaad veel op TV te zien, veel op de radio te horen (ten tijde van het Leugenpaleis zelfs met beluisterbaar succes), maar ik betwijfel of hij de titel van duizendpoot verdient.
Je kan al veel doen uiteraard, van alles een beetje dit en een beetje dat, maar uiteindelijk brengt hij wel complete CRAP CD’s uit waarvan je binnen de twee minuten compleet van door het lint gaat.

Zo zie je maar, in Vlaanderen is het genoeg om vaak met je smoelwerk op Televisie te komen om volle zalen te lokken of om ‘unplugged’ Cd’s uit te brengen waar je met een triangel, een slecht gestemde gitaar en een paar zatte teksten een uur volbraakt met dat typische ijle stemmetje dat de gevoeligheid die zo erg ontbreekt in de teksten toch moet weerspiegelen om de meest krampachtige manier. Want ook kleinkunst is oorlog om cijfers en commerce, of wat dacht u.

Ik kan dat eerlijk gezegd ook. Ik daag elke producer uit om me te voorzien van de volgende items: een fles Moskov Skaja, een gitaar, een micro, een triangel, een voorschot van 8000 euro op de verkoop, een blad papier en een pen. Vervolgens zal ik als tegenprestatie een CD opnemen die minstens even kwaliteitsvol is dan hetgeen deze uitvinder van de ‘hamerkeee en zaaaaagskeeh’-grap er van bakte.
Meer nog, ik denk dat ik zelfs meer samenhangende teksten schrijf, die even hard uit de maat swingen en totaal niet kloppen met de minimale melodie dan wat Bart ‘euh’ Peeters hier brengt.

Moesten de Amerikanen nog CD’s zoeken om terreurverdachten mee te folteren tijdens de ondervragingen dan komt het hele oeuvre van de heer Peeters zeker in aanmerking.

Ik doe hierbij dan ook een oproep aan alle mensen die de muziek verzorgen in kantines, café’s en wachtzalen: haal deze muzikale Quasimodo uit jullie lijsten. Het is het echt niet waard.

PS: Note to self: neem ALTIJD je MP3 speler mee wanneer je buiten komt!

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku

Een gedachte over “Bart Peeters maakt takkenmuziek”

Reageren niet meer mogelijk.