Bij de vakbond (deel 1)

Wanneer je in België werkloos bent en bijgevolg ook graag een inkomen zou hebben in de vorm van een uitkering (dop), dan heb je een aantal mogelijkheden.
De onafhankelijke uitkeringskas (ik zou de officiële benaming niet weten) en de vakbonden, deze twee instanties krijgen van de RVA een bepaalde som per uitkeringsgerechtigde, die ze dan uitkeren naar deze personen.

De meest voor de hand liggende methode om dit geld mooi op je rekening te krijgen is de vakbond. Aangezien de onafhankelijke kas een totaal inefficiënt iets is, waar je best een overlevingspakket kan meenemen moest je daar je geld moeten gaan halen.

De vakbonden hebben hun succes en groot aantal leden met name te danken aan het feit dat ze bij werklozen ervoor zorgen dat ze hun dopgeld op hun rekening krijgen.
Ze zijn dus van de staat uit aangeduid als de officiële verdeler van het dopgeld.

Vandaag ging ik mijn dossier in orde maken bij de vakbond waarbij ik ben aangesloten.
(In de praktijk zijn de Christelijke, Socialistische en Liberale vakbond alle drie even slecht of even goed)
Ikzelf ben destijds omdat deze het dichts bij gelegen was bij het ACV gegaan. Verder denk ik dat niet veel verschil zit in deze organisaties, wanneer ik op mijn laatste bedrijf werkte deed de ACV en Socialistische vakbondsdelegatie evenveel voor de werknemers; namelijk niets. Je kan dus alle dingen die ik schrijf over ‘de vakbond’ beschouwen als geldig voor Socialistische als Christelijke en Liberale vakbonden, ik ben er zeker van dat bij alle drie de praktijk ongeveer hetzelfde is.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/