Bij de vakbond (deel 2) – Volk

Dit zou geen dagboek zijn moest ik geen anekdotes beginnen te vertellen van mijn avonturen als werkloze.

Ik ging vandaag dus mijn dossier een tweede keer in orde laten maken.
Met de toevloed aan werklozen (zie cijfers hierover) kon het dan ook niet verbazen dat de keet goed vol zat.

De taferelen zijn vrij jaren ’40 te noemen: een koude wachtzaal die kleiner is dan de wachtkamer bij een beginnende huisarts, mensen die hun honden, kinderen en zwakzinnige huisgenoten meenemen, hoestende zieke mensen, mensen die zenuwachtig zijn en niet kunnen stoppen met praten, ‘madammekes’ die heel de tijd in hun dure merkkleding en te dure gsm zitten te babbelen, mensen zonder deftig gebit, arbeiders die na tientalle jaren trouwe dienst buiten zijn gegooid in volle crisis en nu depri op een stoeltje voor zich uitstaren gehuld in goedkope traininspakken van de Makro.

Het hele allegaartje lijkt me bijna met opzet ouderwets gemaakt. Anno 2009 kan je echt wel wat beters bedenken dan mensen te laten aanschuiven en papiertjes afstempelen. Maar goed, de vakbond kan hier niet veel aan verhelpen gezien de overheidsdiensten waar ze van afhankelijk zijn zelf nog in de 19de eeuw zitten qua administratie. Tenslotte draait iedereen lekker mee in de stempel-en-kantooruren politiek, brengt op voor een bepaalde klasse ambtenaren hé.

Wat me vooral opviel vandaag is dat je hier vooral mensen tegenkomt die geen flauw benul hebben hoe het systeem in elkaar zit. Het is ook niet makkelijk, maar hoe jonger de mensen, hoe minder ze er van af weten. Zou men in de scholen niet beter (in plaats van gekleurde geschiedenislessen) hun best doen om de mensen wegwijs te maken in het kluwen van administratieve diensten?
Of zijn de jongeren hier ook niet echt in geïnteresseerd aangezien ze toch alles beter kunnnen en weten omdat ze kunnen googlen? ‘t Is maar een vraag.
Dat het achteruit gaat met de elementaire beleefdheid is duidelijk in ieder geval.
Tegen mensen in een winkel of bij een dienst een goeiedag zeggen of een kleine voorstelling van wat je komt doen, is er niet meer bij. Iedereen moet maar ruiken waar Mijnheer of Mevrouw het over heeft, ze zijn tenslotte alleen op deze wereld, en iedereen is er enkel maar om HEN ter wille te zijn; of zo doen ze zich toch voor.
Ook al hebben ze dan voor 15 euro kleding aan hun lijf en spreken ze geen woord correct Nederlands.

Ter illustratie:
Vandaag bij het ACV hoorde ik de volgende conversatie.

Twee allochtone jongeren, ik schat ze 20 jaar oud ongeveer, gaan naar die buro van een ACV medewerker na een uur aanschuiven en zenuwachtig in de wachtzaal te hebben rondgeschuifeld. Ze spraken een soort Nederlands waarbij slecht heel af en toe een woord te verstaan viel. Om het politiek correct te houdenik moet er bij zeggen dat ook autochtone wachtenden in die zaal niet echt hun taal machtig waren.
De conversatie ging als volgt (letterlijk):

“Is da ier dop?”
“Hangt er vanaf meneer, bent u lid?”
“Veetebeee”
“VDAB bedoeld u?”
“Ja, dan krijg ik dop!”
“Nee, u bent bij het ACV hé, u moet eerst lid worden, en daarna kijken we of u rechthebbende bent”
“En dan dop?”

(even later verlieten ze allebei de zaal waarbij ze de deuren gewoon achter zich openlieten en met hun walk-mans op, nog wat in de buurt rond hingen)

Het is duidelijk dat niet alle allochtonen of doppers op deze onbeleefde, onwetende manier omgaan met de diensten die hen geboden worden door de vakbonden. Veel van hen doen het correct, hebben de nodige kennis van hun rechten en plichten, maar in het algemeen blijf ik me verbazen dat men in dit oudbollige systeem van papieren, copies en stempels (anno 2009) geen grotere tegenstand te verwerken krijgt dan deze ‘onbeleefde’ reacties.
Mensen hebben geen werk en willen een minimaal inkomen, dit wordt zo moeilijk gemaakt dat negatieve reacties natuurlijk niet uitblijven. Een en ander ligt uiteraard ook aan de opvoeding en beleefdheidsnormen van alle mensen (binnen- én buitenlanders).

Alvorens je zomaar binnenstormt bij een vakbond en geld gaat eisen zoals deze persoon in het voorbeeld, is het belangrijk dat je VOORAF enkele dingen in orde maakt:

– Inschrijvingsbewijs als werkzoekende bij de VDAB
Indien je problemen hebt met deze stap, vraag hen dan telefonisch om hulp. In tegenstelling tot hun imago, zijn ze echt behulpzaam.

– Kijk eerst en vooral naar je lidmaatschap van de vakbond. Indien je van geen enkele lid bent, kies er dan eentje:
* ABVV – Algemeen Belgisch Vakverbond (Socialisten)
* ACLVB – Algemene Centrale Der Liberale Vakbonden Van België (Liberalen)
* ACV – Algemeen Christelijk Vakverbond

– En uiteraard je volledige papierwerk van het vorige of laatste werk dat je deed (voor alle veiligheid kan je best ook van de afgelopen jaren alle C4’s en ontslagbrieven meenemen.

Wat men vooral doet bij de vakbond om je dossier in orde te maken is de tijdlijn samenstellen van wanneer je wel werkte en wanneer niet. Op deze manier kan men berekenen hoeveel uitkering je krijgt. Deze wordt berekend op een maximaal bruttoloon van 1900 euro (dan krijg je bruto een 1100 euro dopgeld, waar nog belastingen af moet gehouden worden).

Meer info hierover moet je bij je vakbond of uitkeringsinstelling vragen.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/