bioritme

Om zes uur ‘s ochtends staan rondhuppelen als een energie-uitstralend reclamekonijn is niet iedereen gegeven. Enkel ochtendmensen zijn daar toe in staat. Ze staan niet alleen vroeg op maar ze zijn daarbovenop nog in staat van te functionneren zoals het hoort. Tegen een uur of tien ‘s avonds is hun kaars dan wel aan het uitgaan natuurlijk. De nachtmensen staan op zo’n vier tot zes uur na de ochtendkonijnen en blijven doorgaan tot het weer licht wordt, ze hebben meestal niet veel slaap nodig en tellen in hun rangen vele beroemdheden, uitvinders, ontdekkingsreizigers (en ja, ook een enkele dictator).

Ik ben geen vroege vogel, laat dat duidelijk zijn. Toch heb ik als werkloze een soort gespleten bioritme ontwikkeld.
Een ritme dat me toelaat als een ware evolutionaire stap op z’n Darwiniaans mezelf aan te passen aan het ochtendlijke geforceerd wakker worden. Niet dat ik functionneer uiteraard, ik moet al moeite doen om me gewoon ‘s ochtends toonbaar te krijgen, laat staan een ontbijt bijelkaar te harken in het halfduister. Het duurt allemaal enorm lang en ik word er totaal slechtgezind van op zulke momenten. Een dag is echt om zeep wanneer ik vroeg moet opstaan EN taken doen die enig denkvermogen van me vergen.

Ik ben namelijk als nachtuil een slaapdronken schip in een pikdonkere zee vol gillende zoutwatermonsters en aanlokkelijke Sirenen die me terug naar bed willen lokken.
Maar ik moet.
Een werkloze die een opleiding volgt wordt met dreigementen over het verliezen van een uitkering verplicht tot meedoen met de ochtendkudde; de lemmings dus, die per duizenden en duizenden ‘s ochtends over de autostrades rijden in blikken dozen vol electronische rommel.

Ik ben dan ook een wrak, want het vreet aan je, dat opstaan. Je loopt, wandelt, praat en spreekt, maar eigenlijk ben je in een diepe slaap. Een genetisch bepaalde voorbestemdheid om ‘s ochtends niet echt 100% te zijn is nu eenmaal een handicap in een wereld waar mensen om 7u15 fluitend van hun koersfiets stappen en een praatje doen over het weekend met een collega.
Dit soort mensen is daar trots op, ze zijn fier om zo vroeg en zo wakker te zijn, en spelen dan meestal nog walgelijke dingen als cornflakes en boterhammen met salami naar binnen.

Dit gedrag toont aan hun soortgenoten dat ze ook vroeg kunnen opstaan, kunnen fluiten als een vogeltje en een bioritme hebben waar weinig ruimte is voor improvisatie (6u opstaan, 7u binnenstappen, 8u werkdag beginnen, 16u werkdag eindigen, 18u eten, 19u nieuws, 20.30 pulp kijken op tv, 22u gaan slapen met ochtendmenswijfje of -mannetje).
Dit zijn geen mensen maar evolutionaire zijsprongen en genetische fouten, probeersels van de natuurmolen waarbij het er vooral op aankomt te overleven met zo weinig mogelijk ‘leven’ en zo veel mogelijk ‘over’.

Ik zit er noodgedwongen bij, maar de eerste uren werkt er niets. Mijn hersenen zijn niet in staat om zelfs een simpele opstelsom tot een goed einde te brengen, zeker niet wanneer er alleen maar slappe koffie te krijgen is.

Maar ach, ik ben ook iemand die om vier uur ‘s nachts (ik noem dat niet vier uur ‘s ochtends) kan zitten werken aan een verhaal terwijl de koffie staat te pruttelen.
Men belt me soms op om 1u ‘s nachts in de volle overtuiging dat ik nog wakker ben en wel zal meegaan naar één of andere kroeg.

Evolutie is mijn schijdsrechter, want ochtendmensen gaan sneller kapot, hetzij aan verveling of bij het iets te enthousiast op de fiets springen. Het is hun verdiende loon, want een mens is niet ontstaan om in een rij blikken dozen te zitten wachten tot je voorbij een verkeerslicht mag rijden onder het schitterlicht van een grote volle maan. Mensen zijn ontstaan om te dansen onder datzelfde maanlicht en onverstaanbare kreten de lucht in de stoten bij het drinken van het met wijn vermengde bloed van hun vijanden.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku