Waarom knelpuntberoepen niet ingevuld worden – deel 2

Ik voelde me genoodzaakt een tweede deel te schrijven over het hoe en waarom in verband met het niet ingevuld geraken van knelpuntberoepen.

Veel hangt uiteraard af van welk soort knelpuntberoep, maar in grote lijnen zijn er gelijkenissen te vinden in de manier waarop nieuwe werknemers naar deze beroepen worden geholpen.

Het is frappant uiteraard, dat men met een werkloosheidsgraad van boven de 10% (op sommige plekken zelfs 15.7% zoals in Antwerpen) toch geen mensen schijnt te vinden voor bepaalde beroepen.

In deel een lichte ik al toe hoezeer de VDAB in de eerste plaats een stevige dam opwerpt naar de kandidaten toe. Zelfs kandidaten die perfect voldoen aan de ‘skills’ die nodig zijn, worden vaak geweerd omdat ze geen affiniteit met het beroep hebben.  Wat in mijn opinie waanzin is, wanneer een vrachtwagenchauffeur (om hen maar weer als voorbeeld te nemen) een opleiding hulpboekhouder wil gaan volgen (knelpunt), en hij voldoende kan rekenen en talen machtig is, dan zie ik geen reden om hem te weigeren.
De motiviatie moet hier de hoofdreden zijn om iemand al dan niet toe te laten (en die motivatie is snel te meten door de resultaten behaald tijdens de opleiding niet?). Maar zulke mensen gaat men dan weigeren omdat ze blijkbaar ‘geen feeling’ hebben met de betreffende beroepen.
Tja, zo blijf je natuurlijk met vacatures zitten die nooit ingevuld geraken (en behalve de vdab-medewerkers die de testen afnemen, zijn er geen mensen aan een baan geholpen).

Andere oorzaak:

Maar er is nog een andere oorzaak: de wachrij voor zulke opleiding is vaak erg lang (niet omdat er zo veel kandidaten zijn, maar omdat de opleidingsplaats gewoonweg ontbreekt).
Voor bepaalde beroepen zoals buschauffeur of bediendenopleidingen gaat het van 2 maaanden tot 2 jaar!!!
(Er zijn gevallen bekend van mensen die letterlijk al jaren wachten, en intussen volledige werkloosheidsuitkering krijgen -bedenkelijk in tijden van budgetproblemen- in afwachting van hun opleiding)

Op deze manier zet je mensen die al werkloos zijn natuurlijk voor een dilemma: wachten tot je de opleiding kan beginnen, of een voorlopige baan zoeken die misschien ver onder je niveau ligt (lees: horeca, schoonmaakbedrijven, callcenters….).
Wanneer deze werklozen dan tijdens de wachtrij-tijd dan een andere job aannemen, hebben ze geen recht meer op deze opleiding, en worden ze van de wachtrij geschrapt.

Je kan dus maar beter gewoon werkloos blijven (wat vdab graag heeft en zelfs aanraadt in sommige opleidingen!) zodat je de wachtrij niet in gevaar brengt en uiteindelijk kan starten aan de opleiding.

Misschien hoog tijd dat men wat andere visies gaat hanteren inzake knelpuntberoepen.
Op zich vind ik het goed dat er zo’n lijst bestaat, zodat je weet in welke beroepen je meer kans maakt op open vacatures (al klopt zelfs dat verhaaltje niet, aangezien deze lijst op een rare manier wordt samengesteld).
Maar dan opleidingen voorzien om deze beroepen in te vullen, zou vooral een zaak moeten zijn van het onderwijs.
Op de tweede plaats zou men mijns inziens meer moeten spelen op het samenwerken met bedrijven die echt nood hebben aan deze werknemers, niet met een ‘theoretische vraag naar…’.
In concreto; waarom richt men samen met de bedrijven die deze knelpuntwerknemers nodig hebben, geen aparte divisie op waar men specifiek mensen die gemotiveerd zijn gaat opleiden? Waarom blijft alles zich afspelen in trage, duffe, vdab opleidingen die elk jaar minder raakvlak hebben met de echte nodigen van de bedrijven?
En de hamvraag blijft… waarom zeggen een boel bedrijven sàmen niet gewoon de samenwerking met VDAB stop om dan samen één pot bijelkaar te leggen en daar mee eigen ECHTE opleidingen te voorzien? Of is de nood dan toch niet zo hoog dan beweert?


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Solliciteren bij… -1-


Schizo-export inc. is een firma die vooral met export bezig is, en me vandaag liet aandraven voor een functie bij de interne IT.  Niet alleen werd de afspraak vijf keer of wat verplaatst, maar toen ik uiteindelijk toe kwam bij de firma in kwestie bleken ze lichtjes schizofreen te zijn.

Bij de beveiligde deur bellen had enkel als resultaat dat er opeens een deur openging, waarna ik gescheld hoorde komen uit een van de kleine kantoortjes. Iemand kreeg allerlei verwijten naar z’n kop geslingerd, met daarbij enkele krachttermen die eerder thuishoren in een cafégevecht.
Er kwam een mevrouw me tegemoet die ook net van haar middagpauze terug bleek te komen, en deze keek me boos aan: “Wat moet gij hiere? Wie zijde goa?”
Ik stelde me voor, en vermeldde er bij dat ik voor een sollicitatiegesprek kwam.
Ze rommelde even haar tas neer en ging dan in een andere ruimte binnen, waar ik dan wat gegiechel hoorde uitkomen.

Even later stonden er twee kerels voor mij die er uit zagen alsof ze de Charlston wilde gaan dansen.  Ze hadden een duur net pak aan, met grote epauletten en een flashy das. De ene had een soort haarstijl die je enkel bij Nederlandse charmezangers ziet, de andere had een soort pladijs op z’n hoofd liggen, hetgeen met gel in een eeuwige ‘good look’ vast zat gespijkerd op z’n te dikke hoofd.  Zijn boordje was zo strak aangespannen dat zijn nek nauwelijks lucht kreeg, zijn das was vergroeid met zijn persoonlijkheid.
Ze waren super vriendelijk, dat wel, maar het was het soort professionele vriendelijkheid die me vooral deed denken aan een ter dood veroordeelde die zijn laatste avondmaal besteld bij de gevangenisdirecteur.  We gingen een vergaderzaaltje binnen.

We praattten en praatten, meer nergens werd er naar mijn skills gevraagd, wat me altijd nogal vreemd lijkt. Wanneer iemand beweert een goede timmerman te zijn, kan je op z’n minst vragen of hij iets van houtsoorten kent. Wanneer je een IT’er zoekt, vraag dan iets technisch.  Maar nee, men ramde maar door over hoe goed het bedrijf het wel niet deed, wat voor een discipline men had, en dat alles in het teken stond van professioneel omgaan met klanten.  Nuja,… diezelfde discipline en algemene ommegangsvormen zijn bij
Schizo-export inc. niet aanwezig wanneer het aankomt om met elkaar om te gaan.  Ik stelde me voor dat iemand mij als IT’er hier zo zou staan uitschelden…

Daarna begon men met de kleding… je kon volgens hen geen IT’er zijn zonder een net pak aan te trekken en diezelfde ‘professionaliteit’ uit te stralen.  Wat je uitstraalt is misschien wel de look’n feel van een pro-it team, maar daarmee is nog niets gezegd over je skills.
Men vond dat ik vooral in een pak moest rondlopen dus.  Ik vroeg hen of ik dan een server in elkaar moest puzzelen en in een rack plaatsten terwijl ik een H&M-kostuum met bijpassende das aan had.  Men vond dit vanzelfsprekend… want er moest maar eens een klant langstkomen (moest ik zelf die klant zijn zou ik niet meer bijkomen van het lachen).

Even later verliet ik deze vreselijke plek, waar mensen foute pakken dragen, elkaar voor ‘onnozele kloot’ uitschelden en vervolgens het hebben over professionaliteit.

Ik was letterlijk blij dat ik het gebouw verliet, en ik denk dat de kerel die er bij zat voor spek en bonen tijdens het hele gesprek, maar de zaak ging verlaten, daar niet anders over zal denken.  Men was namelijk op zoek naar zijn vervanger.
“Mejalle Chineze, mor ni me dendeze”



Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

de verveel-economie

Ik weet nog heel goed, een jaar of tien terug, dat ik acher me keek op kantoor naar een collega die aan’t grommelen was, en dat hij me met een zuur gezicht zei in zijn eigen kempisch accent: “pfff, daz hie boring man”.

Het was toen ook echt wel verveling alom op dat bedrijf… enkele maanden later werden we één voor één ontslagen.

Het is nu 2012 en ik zie om me heen ook nog steeds enorm veel mensen die in een soort van ‘verveel-economie’ zitten.  Ze werken ofwel op een bedrijf dat in deze economisch zware tijden aan’t zinken in tenmidde van slechte organisatie of slecht bestuur (er zijn heel wat bedrijven die zomaar wat ronddobberen op een zee waarvan ze weten dat ze nooit de andere kant zullen zien,… een gebrek aan tijdige, weldoordachte investeringen hebben het doodvonnis getekend van dit soort bedrijven…).
Het eindresultaat is verveling, aangezien niemand echt een duw of een richting kan geven aan een bedrijf dat stilaan zonder werkmiddelen valt.

Tweede geval zijn de mensen die reeds door dat soort zombie-bedrijven weren uitgespuwd en daarna verbrand als ze zijn in deze arbeidsmarkt nergens, nog aan de bak komen voor een èchte job.
Ofwel hebben ze een burn-out of een bore-out gekregen, of zijn ze inmiddels qua marktwaarde gedaald tot het niveau van een anderstalige inwijkeling.

Deze mensen houden zich bezig met uit de klauwen blijven van de vdab en rva, werk te zoeken tegen beter weten in, en vinden vooral nergens rust. 
Ook deze mensen zijn eigenlijk deel van de verveel-economie.
Ze werken dan misschien wel niet, maar het weinige geld dat ze hebben moeten ze toch ergens aan uitgeven.
Gaande van die cola fles tot het xbox spelletje, deze mensen kopen, huren en consumeren in deze economie.  Ze vervelen zich soms kapot, net als toen ze op een zombie-bedrijf werkten. Met het verschil dat ze nu de humus, de voedingsbodem zijn geworden, … want iedereen moet eten, drinken en wil een minimum aan comfort.

Daarnaast heb je de werknemers bij respectabele grote bedrijven.  De mensen die de crisis nooit hebben gevoeld (tenzij bij het zeuren over de hoogte van hun 13de maand) en verder zich wat bezighouden met de normale gang van zaken op hun bedrijf.  We hebben het hier over overheidsbedrijven, grote kanjers zoals Electrabel of Belgacom, maar evenzeer de grotere technologie en chemiereuzen.
Daar stapelt men het soort mensen op die papiertjes heen en weer schuiven en in meetings trachten uit te blinken in dossierkennis en gevatte one-liners.
Ik kan je vertellen dat zulke mensen OOK deel uit maken van deze verveel-economie. Ze gaan uit verveling naar de koffiemachine, naar die meeting waar ze in feite niet nodig zijn, de broodjeszaak, de powerpoint-voorstelling en praten met elkaar uit verveling over het weer, voetbal, tv en wat ze zoal denken van de voorgekauwde 3 meningen die de media hen voorschotelt.  Want ze ‘moeten toch kunnen meepraten’.  Desnoods over auto’s, kookprogramma’s of het soort haagschaar dat ze gebruiken in de tuin.

De verveel-economie is een vorm van decadentie, en ik zie maar heel weinig mensen die er geen deel van uitmaken, … op die mensen na die de vloeren schoonmaken van deze kantoren. De mensen die hamburgers bakken voor de verveelde manager in het restaurant… de mensen die aan de telefoon trachten uit te leggen waarom een factuur hoog of laag is.
Wat vooral erg wordt is dat de verveel-economie blijkbaar een soort ‘wachten’ is geworden… men kan er niet echt uitstappen (tenzij je kleine zelfstandige wordt) en je kan er ook moeilijk aan ontsnappen door van houding te veranderen.
Op wat men wacht is me niet duidelijk…