Raad voor de raadgevers – deel 3


3: De-open-deur-intrapper


De derde soort raadgevers zijn de ergste van allemaal: de-open-deur-intrapper.
Dit soort raadgevers heeft zelfs niet het denkvermogen om hun raad aan een werkloze meer te laten zijn dan wat ze gisteren op het nieuws hebben gezien, ze hebben al helemaal geen empathie en zijn meestal dan nog dikke zageventen ook.

Een open-deur-intrapper gaat een werkloze aanraden om bijvoorbeeld bij een bekend bedrijf XYZ te gaan kijken naar werk, wanneer er net een reportage was over de arbeidsmarkt waar men bedrijf XYZ in de verf zette.
Wat de open-deur-intrapper dan vertelt met de attitude van iemand die net het warm water heeft uitgevonden.

Het irritante aan zulke mensen is vooral het betuttelend omgaan met werklozen, net alsof die zelf al niet lang (meestal vele weken of maanden voor de open-deur-intrapper zelf) aan bedrijf XYZ heeft gedacht of er de nodige info heeft over ingewonnen.

Denken deze mensen ècht dat ze origineel of slim zijn door bijvoorbeeld dingen te zeggen als: “Hebde al bij de Mcdonald’s of de Colruyt gaan horen? Want die schijnen altijd volk aan te nemen hoor.”
JA meneer of mevrouw de open-deur-intrapper:  èlke werkloze die van geen hout pijlen meer weet te maken heeft na een tijd wel deze bedrijven aangeschreven (om vervolgens geen antwoord te krijgen wanneer ze niet in de perfecte doelgroep thuishoren). Dus nee, dat soort raad hou je beter voor jezelf.


Conclusie:
Beste raadgevers, betweters, “goeie-tijd” mensen, open-deur-intrappers en super-positivo’s… misschien moten jullie zelf eerst een jaar werkloos zijn en in de ECHTE arbeidsmarkt hebben moeite gedaan om aan een job te geraken, vooraleer je je als goede raad vermomde zelfverheerlijking op een werkloze loslaat.
Het is demoraliserend, irritant en puur tijdverlies voor iedereen.
Hou gewoon je bek of kom met iets nuttigs af.

Nuttige dingen als een vacature die vrijkomt bij een interessante firma waar de raadgever contacten heeft, liefst zelfs nog voor de vacature online komt (dàn help je echt en kan je zelfs je ego nog strelen ook!).
Of goede raad naar een opleiding toe waar de werkloze nog niet eens het bestaan van af wist.
Er zijn zo veel nuttige raadgevingen te bedenken… maar stop met de bullshit. 

Een werkloze heeft het allemaal al gehoord, tot vervelens toe!



Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Raad voor de raadgevers – deel 2

2 : De superpositivo


Het tweede deel in de reeks over raadgevers besteed ik aan een twijfelgeval. De super-positivo is iemand die het hart op je juiste plaats heeft zitten (ze willen wel helpen denk ik), maar daar houdt het dan ook op.

Je kent ze wel, van die mensen die zelfs wanneer een tsunami hun dorp wegspoelt tijdens een pest-epidemie in een hongerwinter alles herleiden tot “blijven lachen” en “in jezelf geloven”. Het soort mensen die een zonder-haat straat willen overal en met de eeuwige glimlach naar de job fietsen bij de lokale kantoren van een NGO of bevriende werkgever.

Deze mensen  zuigen zich als een wormachtige bloedzuiger van een Colombiaanse rivier vast aan je lichaam, om je dan te bestoken met hun ideeën en meestal onrealistische doelen.

Op zich niks tegen mensen die je trachten op te peppen of inspireren hoor, laat maar komen. 
Het probleem met de super-positivo zit’m zeker nooit in de ingesteldheid.
Het probleem situeert zich eerder in het erkennen van enige realiteit.

Ze bouwen bij de werkloze in kwestie enorme verwachtingen op, bouwen luchtkastelen en stellen een soort doelen voor die in hun beperkt wereldbeeld heel makkelijk te bereiken zijn, maar in de realiteit gedoemd zijn tot mislukken.
Een voorbeeld: een van deze raadgevers stelde me voor een workshop op te zetten voor een van m’n hobby’s. Nu wil het toeval dat ik dat plan ook al zelf had gehad, maar voorzichtig als ik ben, het eerst perfect had uitgerekend.
De kosten-baten analyse was duidelijk: niet doen (ik ga hier niet in detail treden, maar de risico’s waren te groot tegenover de enorme energie en moeite die het zou hebben gekost).

Enkele weken nadat ik deze raad in de wind had geslagen opende er een perfect gelijkaardige workshop met winkel een eindje van waar ik woon. Ik was benieuwd… als ik iets bereken heb ik het meestal bij het juiste eind.
Dat iemand deze “durf” wel aan de dag had gelegd om toch zo’n workshop te beginnen in mijn buurt deed me vooral vermoeden dat de man in kwestie de berekening anders had gedaan dan ik.

Ik ben niet onfeilbaar, maar ik kon natuurlijk altijd fout zitten met mijn inschatting. Ik wenste de man in mijn binnenste alle succes, want het was hetzelfde idee, alleen voerde hij het echt uit, ik niet.
Naar mijn mening zou deze zaak het geen 2 jaar rooien.

En inderdaad, het prachtige idee van de super-positivo in kwestie werd (zonder mijn toedoen gelukkig) opgezet in mijn buurt en was iets langer dan een jaar daarna failliet. Da’s vooral jammer voor de man in kwestie, die er veel werk in had gestopt. Maar ik was vooral blij dat ik het niet was, en dat ik het wel mooi had berekend en niet naar de super-positivo had geluisterd (‘t was er trouwens niet ééntje maar een stuk of drie).




Mijn raad voor dit soort mega-happy raadgevers: neem pen en papier en een rekenmachine en reken op een realistische manier met alle info die voorhande is uit hetgeen je vertelt aan mensen, doe dat liefst SAMEN met de werkloze die je wil helpen. Hou rekening met hun motivatie, kunnen, financiën en de echte marktomstandigheden.


Voor de werkloze die met dit soort jokers wordt geconfronteerd: stel je altijd de vraag of deze mensen zelf zo’n risico’s zouden nemen, of zoveel tijd/geld in iets zouden stoppen… en stel je dan de vraag of ze een backup hebben.

Ik zeg altijd: het is makkelijk de durver/positivo uit te hangen wanneer je bv. van een gebouw van 10 verdiepingen springt en je hebt een valscherm aan en op de grond ligt op de koop toe een matras van 10 meter dik klaar. 

De meeste mensen hebben zo’n backups niet. Wanneer je concreet gezien een maandloon op je bankrekening hebt staan en moet gaan lenen, crowdfunden of durfkapitaal  aanvaarden om een idee te realiseren is het meestal riskanter dan dat een ‘durver’ met genoeg centen “eens iets gaat uitproberen” (en hij desnoods op z’n bek gaat maar er nooit een boterham minder om zal eten).

Ik verwijt zulke mensen niet dat ze het geld en de backup hebben hoor, verre van, het is hen gegund. Meer zelfs, de maatschappij heeft deze mensen ook nodig (en omgekeerd). Maar ga dan niet zitten de positieve-raadgever uithangen met allerlei onbereikbare luchtkastelen tegen een werkloze.

Enkele zeer grote uitzonderingen niet te na gesproken zullen ze nooit geraken waar ze moeten of plannen te geraken met je positieve idee. De sky is de limit is de grootste bullshit dat dit soort mensen maar blijven herhalen,… terwijl ze zelf met de nodige veiligheden en garanties al ver in de lucht zweven.

Vuistregel: Wanneer een super-positivo je als werkloze raad geeft, vraag dan hoeveel geld hij of zij op de bankrekening heeft staan en hoeveel percent de positivo in kwestie daarvan in jou wilt investeren… zulk gesprek is dan meestal vrij snel afgelopen (en anders heb je meteen een mecenas gevonden).


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Raad voor de raadgevers – deel 1

Goedbedoelde raad is vaak goud waard.
Zeker als kwetsbare werkloze ben je vaak gedoemd om eender welke goedbedoelde raadgevingen te aanhoren en met de nederige glimlach te aanvaarden.
Je bent immers werkloos, en dat betekent voor velen dat jij maar moet luisteren, als een kleuter behandelt moet worden en vooral geen weerwoord mag bieden.
Ik zelf tracht mijn luisterbereidheid te beperken tot de mensen die hun best doen me te helpen, niet diegenen die andere betrachtingen hebben. Een echt goede raadgever denkt na, denkt mee, en heeft respect voor diegene waar hij tegen bezig is.

Vaak genoeg is goede raad een hoop zever in pakjes en heeft men eigenlijk geen moer respect voor degene die ze zogenaamd willen helpen.

Het zijn dan ijle hersenspinsels van mensen die nog “de goeie tijd” hebben meegemaakt en vanuit dat standpunt nog steeds raad denken te moeten geven.
Die raad kan je eigenlijk opsplitsen in drie grote categorieën, die ik de komende dagen graag even toelicht:


-1- De goeie tijd mensen

De “goeien tijd” raad:
Deze raad komt meestal neer op het volgende: Jij als werkloze bent een luiwammes, een hangmatwerkloze die niet genoeg moeite doet, en bovendien zou eender welke zaak die je binnen stapt je na 5 minuten een job geven.

Deze raad komt gegarandeerd uit de mond van mensen die van thuis uit nul komma nul zorgen hadden inzake geld, en vervolgens of zichzelf tot ondernemer hebben gekroond, met wisselend succes of ambtenaar in een of andere veilig positie.
Vaak behoren tot deze categorie ook oudere mensen die “de goeie tijd” hebben meegemaakt en inderdaad nog veronderstellingen maken over deze arbeidsmarkt die geen steek meer houden. 

Zoals het denkbeeld dat eender welke baas van een kleine zaak zit te wachten op een werkloze die binnenwandelt en zegt “ik wil hier werken”. In de jaren ’60 kon dit misschien wel lukken, vooral in horecazaken en voedingsindustrie vermoed ik, maar anno 2015 vraagt men net iets meer dan gewoon op komen dagen. Je moet immers rendabel zijn vanaf de eerste minuut, de nodige certificaten en diploma’s hebben (om zich in te dekken tegen schade en controle) en vooral geen looneisen stellen of opleiding nodig hebben. Met als eeuwige mantra ‘de loonkost’, hetgeen stilaan de dooddoener is om eender wie die werkt of werk zoekt al een schuldgevoel te geven nog voor hij of zij het eerste loonbriefje moet krijgen. 

Hetgeen dan weer resulteert in jezelf degraderen tot een werkende arme meestal. Iets dat “in de goeie tijd” wel anders was. Deze mensen moeten hun goede raad gewoon bijhouden vind ik zelf.


Een mooi voorbeeld was de man van rond de 70 die me vertelde dat hij in de begin jaren ’80 door te liegen op zijn inschrijvingsformulier toch aan een job was geraakt als ingenieur ergens bij een grote firma waar hij tot aan z’n pensioen rondliep. Hij ging er van uit dat ik een soortgelijk iets ook kon doen bij “eender welke havenfirma”. Dream on … (en zelfs dan nog, ik wil niet werken op een job waar ik door mijn leugens elk moment door de mand kan vallen, men audit in bedrijven tegenwoordig wel net iets meer dan in de jaren ’80 denk ik).

Ze helpen niet, in tegendeel, ze laten de werklozen zich op de duur nog schuldig voelen, en tegelijk proberen dit soort raadgevers in de eerste plaats zichzelf op te pompen. Je hoort dan zinnen beginnen met “In mijnen tijd hé” of “Toen ik eens werkloos was hé, had ik direct werk…” Waarna er gewoonlijk ook nog een kwartier maatschappijkritiek volgt over waar de wereld zonder hun generatie naar toe gaat… (wees altijd indachtig dat een generatie, en zeker die van de huidige 55+’ers zelf dit soort wereld hebben gekneed en gemaakt tot wat het is, ze moeten er dus ook maar mee leren leven dat onze huidige jongere generatie hen stilaan uit begint te spuwen in mij opinie).


Een vuistregel: wanneer het aantal jaren dat iemand voor het laatste werkloos is geweest hoger zijn dan je leeftijd gedeelte door twee, dan is zijn of haar raad van nul relevantie.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/