De meest luie ambtenaar ooit

Het gebeurd niet vaak dan mensen die in dienst zijn van de staat zich laten betrappen op typerend gedrag, je kan al eens rare dingen opmerken, maar meestal zorgen ze er voor dat ze hun kwalijke naam niet al te veel eer aan doen. De ambtenaar die ik echter voor mijn neus kreeg in de les van vandaag was duidelijk het stadium van ‘verbergen dat je niets doet’ al voorbij.

Ik had namelijk een les Frans bij de VDAB, een soort bijkomende opleiding die bij onze Groentensoep-maken cursus past blijkbaar. Je moet nu eenmaal met Franstaligen kunnen praten eens je in een Grootkeuken staat groenten te snijden n’est-ce pas?

We moesten in een ruimte wachten dat meer op een bezemkast leek dan een leslokaal, waarna een vdab ambtenaar binnenkwam die er een hippie-look op nahield. Laatste keer dat ik zulke kleding en haarstijl gecombineerd zag was op een reportage over Woodstock.

De man vertelde ons op een nasale monotone wijze dat de leerstof die hij met ons moest behandelen (Keukentermen in het Frans) niet meteen ‘toffe’ leerstof was. Meteen al een goede binnenkomer dacht ik.

Hij ging naar zijn bureau vooraan en nam een stapel papieren met daarop een hele reeks crappy gekopieerde screenshots. De luie ambtenaar vertelde ons dat de papieren in kwestie een uitleg waren over de terminologie, maar dat deze waren overgenomen van een website. Deze website was intussen reeds meermaals aangepast en vernieuwd, waardoor de destijds opgestelde papieren niet meer overeen kwamen met de inhoud die online stond.

Ik vroeg hem waarom de papieren dan niet waren aangepast.
“De website verandert zo vaak dat ik het gewoon niet meer aanpas.”
“Waarom verandert die website dan zo vaak?”
“Omdat wij die niet hebben gemaakt, eigenlijk,….” (lees: “…het is een website die ik online heb gevonden”.

Wat bleek? Deze ambtenaar had gewoon even online gezocht naar enkele termen die overeenkwamen met de les in kwestie, had de website inhoud uitgeprint en deze in papierformaat aan ons afgegeven. De website zelf moest ons helpen bepaalde termen te verstaan en de papieren waren er om bepaalde zinnen in te vullen.

Het idee om zèlf een correct werkende, bij de les aansluitende, stabiele website te maken was blijkbaar niet in hem opgekomen.
We begonnen aan de ‘les’, terwijl ‘El Hippie’ vooraan op zijn laptop God-weet-wat aan het doen was. (Centjes zijn weeral binnen)
Na tien minuten op de totaal crappy site rond te zoeken van een Franse organisatie die blijkbaar terminologie aanleerde aan mentaal gehandicapten, hielden de meesten van onze klas het voor bekeken, ze begonnen te praten met elkaar of bezochten websites over auto-onderdelen en grappige filmpjes van pianospelende katten.

Na een uur kwam er een andere docent binnen, die El Hippie moest helpen ‘online te geraken’. Hij had dit tevergeefs zelf geprobeerd het afgelopen uur.

Na enige minuten hulp in computergebruik kon hij online en konden we ook op het netwerk een file afhalen met bruikbare woordenlijsten die hij toch nog wilde meegeven.

We begonnen rond te kijken op het netwerk waar we op aangemeld waren, waar we zo te zien ook aan zijn privé collectie foto’s en documenten konden geraken, inclusief een foto van hemzelf en een andere docent, gehuld in meer frivole vrijetijdskleding, terwijl ze rond een speelgoedpaard dansten, El hippie op vakantie in de Ardennen en een foto van El Hippie in een Kung-fu outfit tijdens het oefenen van een houdgreep.

Iets verder graven op het netwerk bracht ook aan het licht dat we op de hele administratieve afdeling konden doen wat we wilden.

Ondertussen zat deze leerkracht verder gewoon wat rond te klikken op een website en deed verder niets. Af en toe keek hij ons even aan, om dan verder te ‘werken’.
Zijn taak bestond er duidelijk in om een website te vinden waar wat uitleg op stond en dit uit te printen en aan ons af te geven, waarna de ‘les’ vervolledigd was.

Toen werd het twaalf uur (we hebben les tot 13u normaal). Hij stond recht en vertelde ons dat hij normaal pauze nam om twaalf uur en dringend weg moest, hij verliet de zaal. Daar zaten we dan; twaalf werklozen in een lokaal vol computers, we moesten de sleutel na onze les maar afgeven aan de receptie. Iets wat we ook hebben gedaan vijf minuten nadat hij verdwenen was, waarna we met de hele bende naar de frituur zijn gaan eten.

Ik wil ook zo’n job eigenlijk,… heel de dag surfen, je lesmateriaal bijelkaar Google’en en nul verantwoordelijkheid nemen, ondertussen vast benoemd zijn en centjes verdienen door geheel geen competentie te tonen.

Nog een bedenking: Die avond zag ik op TV dat de gedelegeed bestuurder (Fons Leroy) van de VDAB beloofde dat ze iedereen die een opleiding volgt aan werk kunnen helpen.  De man kon amper zijn lach inhouden, ik weet nu ook waarom.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Frans spreken met de VdaB

Ik ben een van die mensen die ooit in een onderwijssysteem is terecht gekomen waar het huilen was met de pet op inzake lessen Frans. Het ging van fin-de-carrière leraressen die naar Cognac (hoe toepasselijk) stonken, over lessenroosters die niet werden uitgevoerd, om uiteindelijk uit te monden in de niet-opelkaar inspelende interpretatie van de eindtermen tussen de verschillende onderwijsnetten. Vele mensen van mijn leeftijd hebben hetzelfde probleem gekend.
Eindresultaat is dat mensen met het schoolfrans geen al te hoge toppen scheren in deze maatschappij.
Ikzelf heb enige jaren tussen franstaligen gewerkt en ken dus nog hier een daar een woordje of standaardzin om me te behelpen, maar voor de meeste werklozen die deze cursus volgen is Frans even vreemd als Fries of Portugees.

De Vdab heeft ook hier een oplossing voor gevonden, op het eerste zicht dan toch. Het gaat als volgt.
Men gaat eerst in de klassen rond om met de leerlingen één voor één een gesprek te hebben van om en bij de twee minuten (genoeg blijkbaar om iemand’s kennis van een taal in kaar te brengen). Dit gebeurd om half negen ‘s ochtens, een uur waarop zelfs Fransen niet echt Frans praten, laat staan werkloze Vlamingen. Daarna krijg je de beoordeling dat je de komende lessen moet volgen.
De lessen zelf worden vol overgave gegeven door een zowaar gemotiveerde persoonlijkheid uit de Walen, waar men “Nonante” zegt tegen “Quatre-vingt-dix”. Men heeft maar enkele dagen de tijd om deze vormloze groep doppers iets bij te brengen, daarom kiest men voor de papegaai-methodiek waarbij iemand een zin leest of zegt, en de andere het napraat. Dat napraten wordt net zo lang herhaalt tot je het zinnetje echt wel erin gestampt hebt. De mensen kunnen deze zin dus in de juiste omstandigheden nabootsen en naklanken, maar weten niet hoe het geschreven wordt en hebben ook gee idee van de precieze betekenis.

Eindresultaat is dat men enkele standaard-zinnetjes die nuttig zijn bij een sollicitatiegesprek van buiten laat leren door werklozen, om zodoende een iets grotere kans te hebben om door de gespreksronde te geraken bij vooral kleinere firma’s waar men niet de tijd heeft om diep in te gaan op de sollicitant’s kennis van het Frans.

In feite bedot de Vdab de werkgevers (en ook de werklozen) een beetje. Ze laten mensen van wie ze weten dat ze de taal Frans niet machtig zijn, met een truukje nèt genoeg van buiten leren en na-papegaaien om zich te kunnen handhaven in een sollicitatiegesprek.
Eens aangeworven zijn ze natuurlijk even waardeloos dan daarvoor. Waarna ze binnen de kortste keren door de mand vallen en opnieuw aan de dop staan.

Op die manier blijft de winkel van de VDAB weer draaien uiteraard, want telkens er iemand aan werk wordt geholpen door hen krijgen ze waarschijnlijk subsidies, waarna ze opnieuw de schuld aan ‘de economie’ kunnen geven en meer middelen vragen.

Uiteraard is het tof dat er op z’n minst ièts gebeurd met mensen die onvoldoende Frans kennen, maar het zou beter zijn dat dit probleem op twee fronten wordt aangepakt (en met minder geldverspilling). Nochtans kan dat makkelijk: zorg voor betere onderwijsmethodes (en lesplannen, eindtermen) terwijl je tegelijkertijd de mensen voor wie het te laat is, die al slecht onderwijs hebben gekregen, extra middelen worden vrijgemaakt samen met de bedrijven die Franstaligen nodig hebben.
Op die manier moet je niemand bedotten om subsidies los te weken en uiteindelijk de problemen alleen maar te laten aanslepen.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/