De Sovjet tijd in Antwerpen – winkelen tussen België en Nederland

Vandaag was het weer zover.
Een stukje terug-in-de-tijd, en dat anno 2008 (nog net geen 2009).
Het leek wel jaren 70, het was barkoud, toch naar onze normen, en ik was als werkende mens in een lokale supermarkt binnengegaan
rond 18u30. Een vrij normaal tijdstip voor mensen die niet van door ex-staatsbedrijven verleend brugpensioen en allerlei ziekekas-profitariaat leven en dus een dagtaak vervullen.

In de supermarkt (Delhaize op de Ter Heydelaan, Deurne) was het opnieuw Koude Oorlog zo te zien.
De inkom was volledig ingenomen door Slavische talen uitbrakende jongeren (of hoe noem je mensen die in -5°C in een trainingspak met een te grote Yorkshire op hun schouder mensen aanklampen?)
Eens binnengekomen waren de eerste 10 meters volgepropt met allerlei soorten drank. Een artikel die het, denk ik, zeer goed doet in deze buurt. Vooral bij gescheiden moeders die voor een week van hun kwelende kinderen af zijn en juist naar de kapper zijn geweest.

Daarna kwamen we aan het eigenlijke doel van mijn trip naar ‘Leonagrad’.
Namelijk de afdeling brood.
Daar er in deze gemeente van 80.000 opgestapelde “conscripts” maar 5 bakkers zijn, en deze allemaal om 17u à 18u de deuren sluiten (nadat bejaarden reeds om 7u ‘s ochtends alle goodies er uit hebben gevist) ben ik genoodzaakt een van de basis elementen van een maaltijd of middagmaal in deze supermarkt te halen.
Nuja, sùper mag je er af laten en màrkt eigenlijk ook.
Dit heeft niets meer met “vraag en aanbod” te maken maar met planeconomie van een buitenlandse firma die ons als consumerend uitvaagsel behandelt. De planeconomie van een staat die andere kleindere staten en zones tot hun eigen pacht heeft omgetoverd met hulp van onze politici (je mag kiezen welke).

Wanneer er destijds in Russische staatsbakkerijen een lading brood voorhanden kwam, stonden de mensen honderden meters aan te schuiven gekleed in confectiekleding die niemand echt pastte.
Wanneer je dan te laat kwam was alles op en moest je wachten tot de volgende levering. Wanneer die kwam kon niemand je vertellen.

Bij Delhaize (en zeker ook bij sommige andere supermarkten) is het ook zo geworden: men levert ooit eens brood, ergens tijdens de ochtend. En dit brood blijft daar liggen tot het weinige volk (pakweg de eerst honderd gegadigden) het allemaal heeft weggekocht. Ergens in de namiddag komt er dan nog een kleine levering bij, maar dat is in een mum van tijd weggekocht door de mensen die van hun, onderwijs- of staatsjob komen, of gewoon van school. Deze laatsten zijn er uiteraard reeds om 16.05u bij. (Niet zoals echte werkende mensen).

Wat er overblijft voor de werkenden rond 18u en later is (net zoals bij de parkeerplaatsen in deze Sovjet-blokken) de overschot.

Er lagen letterlijk hompen brood, de binnenkant van een pistolet die blijkbaar ter plekke gedeeltelijk was opgegeten door een hongerige Deurnenaar, een stompje stokbrood waar je iemand mee kon doodkloppen zo hard, nog enkele langere onidentificeerbare meergranenbroden waar zelfs de daklozen hun neus voor hadden opgehaald tijdens hun steelronde.

Prijzen gingen voor het weinige dat er nog was van 0.80 euro tot ruim 2.60 euro!
Dit laatste voor een grof voorverpakt brood dat waarschijnlijk goed was voor 8 boterhammen. De dikke dame die tegelijk met mij een “keuze” trachtte te maken uit al de lekkers vertrok hoofdschuddend met een in een hoekje weggemoffelde Delhaize-verpakking wit brood. Ik nam ook zo’n brood mee, puur voor de prijs (als ik dan toch ellendige dingen moet eten betaal ik er liefst niet veel voor.)
Thuis, later, begreep ik waarom deze dame niet happy was met het brood. Het smaakte absoluut naar niets en zat vol luchtgaten. Waarschijnlijk 365 luchtgaten, zoals op de verpakking vermeld.

Wat een verschil met Nederland!!!
Op een dikke 20 minuten hier vandaan, de E-19 op naar Rozendaal of Breda, en je hebt enkele prima supermarkten.

Daar is het geen Koude Oorlog, integendeel… brood in overvloed, prijzen ruim de HELFT goedkoper dan hier!
Een voorbeeld; voor een twee-pak stokbrood betaalde ik 0.56 euro! (Het was trouwens lekkerder dan de brol die men aan de Brave Belgen slijt).
Een groot gesneden rond bruin brood voor 0.85 euro (en VERS! mensen van Delhaize kennen dat woord zelfs niet meer denk ik. )

Komt daar nog bij dat de winkelrekken verder uit elkaar staan in Nederland, lijkt stom, maar het is pakken aangenamer winkelen.
De Belgische supermarkten kunnen de boom in voor mijn part. Zowat alles is (ondanks wat men hier op TV zegt in allerlei duidingsmagazines met een kleurtje) goedkoper daar, en voor betere kwaliteit.

Dat laatste stoort me nog het meest aan Belgische supermarkten: de totale kwaliteitsloosheid.
Producten waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken, verpakkingen die door het gebrek aan security in de winkels vaak al zijn opengemaakt, en vooral de truukjes met water en lucht in producten te spuiten (het is begonnen met plofkippen, maar is nu gewoon zelfs al met brood en kiwi’s aan het gebeuren, ooit al een volledig uit WATER bestaande kiwi gegeten? Ga naar Delhaize zou ik zeggen!).

In Nederland heeft met meer personeel (lager loonlasten) waardoor er beveiliging is, mensen die alles in’t oog houden en de rekken bijtijds aanvullen.
In België mag je al blij zijn wanneer er kassiersters zitten.

Er was trouwens één supermarkt in Nederland waar men op dit laatste iets heel moois had gevonden: wanneer je de 4de persoon was die aanschoof in een rij aan de kassa, terwijl er nog kassa’s zonder kassierster waren, dan kreeg je je aankopen gratis.
Een garantie om SNEL te kunnen buiten zijn, iets waar het ook in België zwaar mank loopt. De tijd die je hier wint doordat alle verschillende producten in één supermarkt samen zijn gebracht, verlies je aan de kassa omdat er steeds met bonnetjes en kleingeld wordt betaald of omdat de mensen te dom zijn om te betalen.

Vanaf nu koop ik zoveel mogelijk in Nederland,… want in Beglië is de kwaliteit ver zoek tegenwoordig. (Zo zie je maar, anno 2009 zullen de Belgen in Nederland moeten gaan winkelen voor minimale kwaliteit, het was ooit anders…)

Lekker skiën

Ik heb leren skiën toen ik een jaar of 5-6 was. Mijn ouders vonden het prettig om samen met mij een sport te beoefenen, een die ik ook uit mezelf graag deed.
Na allelei andere dingen te hebben geprobeerd de jaren daarna bleef skiën lange tijd zowat de enige sport die me kon boeien.

Het vrijheidsgevoel tijdens het zorgeloos, gedreven, door eigen technisch kunnen naar beneden komen van een besneeuwde bergtop is een gevoel dat niet veel sporten je kunnen geven. Neem bijvoorbeeld zwemmen, waar je terwijl er allerlei perverten aan de raam staan te staren, door een van chloor doordrengd bad klieft hopend om geen pleistertje tegen te komen met rode smurrie in. Of nog erger: voetballen. Waarbij je tussen een bende opgefokte talentloze mensen moet staan doen alsof je het het leuk vind om voor rotte vis te worden uitgescholden negentig minuten lang. Om dan, wannaar je even niet oplet, je benen overgestampt te krijgen in deze “toffe ploegsport”.
Ik hou niet van ploegsporten. Ploegen zijn er alleen maar om een zekere rangorde te doen ontstaan tussen mensen die verder toch niet weten wat aan te vangen of geen binding met elkaar zouden hoeven te hebben.

Skiën was dus al gauw mijn favoriete sport. Niet alleen kon ik er uren mee doorgaan, op kunstpiste of in de echte sneeuw, maar ik vond er ook een zeker evenwicht in met mezelf, een rust. Je leert elke spier te benutten, je wordt wendbaar en wanneer je veel oefent kan je danook sierlijk en technisch perfect naar beneden komen waaruit je op zich al heel wat voldoening haalt.

Ik spreek echter in de verleden tijd. Skiën dezer dagen, is een echte hel geworden. Door de tijdsdruk die overal heerst zie ik me meer en meer genoodzaakt het beoefenen van mijn favoriete sport uit te stellen tot de vakantieperiodes. In de echte sneeuw.
Een daar wringt’m het skibotje nu net.

NAdat ik de laatste keer naar een skigebied ging met enkele vrienden besloot ik niet meer te gaan.
Met spijt in het hart moest ik me gewonnen geven aan de schare ‘sneewuliefhebbers’ die deze skigebieden bezoedelen.
Begrijp me goed, ik heb niets tegen skiërs op zich. Ik ben er zelf één. Ik heb echter wel iets tegen mensen die skiën aangrijpen om ‘lekkeej geshellich’ te gaan zuipen, vreten, feesten en rondroepen in alpendorpjes waar ze beter weg zouden blijven. Het soort mensen die er sind de mondialisering van deze sport bij hangen… om er bij te hangen.
Deze mensen maken naar mijn mening tegenwoordig trouwens de meerderheid uit van wat je zoal op skipistes (en daarbuiten) tegenkomt).

Een sport die vroeger voorbehouden was voor de ietwat meer bemiddelde mensen is nu toegankelijk geworden voor dikke frituuruitbaters, cafégangers, mensen die verzekeringen verkopen aan de telefoon en werklozen die af en toe wat bijverdienden in het zwart. Voor mijn part mogen al deze mensen best gaan skiën uiteraard. Daar bedoel ik mee: het beoefenen van de sport. Net zoals ikzelf, hebben ze het volste recht om op latten te gaan staan, lessen te volgen en in een winters gebied van een berg naar beneden te glijden en lol te hebben. Geen probleem.
Maar dat is niet wat er gebeurd in deze, vooral Franse oorden.

Wat er gebeurd is niet skiën, maar het beletten dat mensen die wìllen skiën daar nog toe in staat zijn door de hele zooi te verstroppen, verzieken en te verpesten.
Deze mensen, of laat ik ze voor de gemakkelijkheid, de Krokus-skiërs noemen (familie van de zondagrijders en de salontoerist), staan meestal midden op de pistes foto’s te nemen met hun Sony cameraatjes en dergelijke meer.
Krokus-skiërs zijn diezelfde mensen die wanneer de Kerst, Nieuwjaarsshit gedaan is, en de solden ook op z’n einde loopt nog snel naar de Décathlon gaan. Om daar met hun verkregen eindejaarspremie (of wat daar van over blijft na de solden) voor enkele briefjes van vijftig euro wat skimateriaal gaan kopen, om daarna in zeven haasten op een bus te kruipen afgehuurd door hun vroegere studentenclub of zaalsportvereniging.
Alwaar ze dan beladen met allerlei alcoholische dranken het maximum uit hun vakantie willen halen, (sommigen zijn zelfs zatter dan de chauffeurs die zulke dodenbussen de Alpen tracten over te loodsen zonder in een ravijn te rijden).
Deze troepen wilde beesten, moesten ze levend aankomen op de bestemming, worden in kleine dorpjes losgelaten die meestal al jaren verkloot zijn door de generaties toeristen die er overheenwalsen.
Deze Krokus-skiërs staan dan van ‘s middags al aan de aprés-ski bars, te pochen over hoe goed ze al wel kunnen skiën (op een blauwe piste die de lokale bevolking jaar na jaar makkelijker moet maken en heraanleggen om geen al te gore ongelukken en bloedverlies te zien gebeuren).
U kent ze wel, als ervaren skiër kom je na een lange tocht langsheen het halve skigebied aan in een berghutje aan een skilift, en daar staan ze dan. Vaak met hun broek half aan, hun trui ergens op een stoel van een terras waar ze al lang niet meer zitten (maar wel bezet willen houden), leunend aanbrallend tegen de jongedame achter de toog die ze denken te kunnen versieren.
Wanneer ik zatte Nederlanders zou willen zien, dan ga ik wel naar de Grote Markt in Antwerpen of ga ik wel naar Center parks.

Dan heb ik het nog over de minst gevaarlijke van deze Krokus-skiërs: diegenen die in een bar blijven plakken. Deze zijn tenminste van de pists af. Er zijn er anderen.
Deze anderen zijn hoofdzakelijk mensen die zo weinig besef en feeling hebben met de originele oorsprong van deze sport dat ze als levende obstakels heen en weer zwalpen, de liften niet kunnen nemen, de boel blokkeren en nooit geleerd hebben bochten te nemen (want dat verkopen ze niet in den Decathlon voor twintig euro natuurlijk) zodat ze halfdronken in het midden van de piste gaan zitten uitblazen terwijl ze de natuur overzien. Of wat daar van overblijft in een land dat hun bergebieden vrijwillig laat annexeren door toeristen met geldingsdrang.
Hier hoort trouwens de anekdote bij van de hollandse uitbater van een Oostenrijkse frituur (als er al zoiets moet bestaan), die terwijl ik even wilde uitrusten van een dag lang skiën, met zijn leverancier belde en vleeskroketten bestelde met 2% vlees, omdat het toch maar voor in de bar te serveren was.

Ik heb zelf meermaals nipt een ongeluk kunnen vermijden wanneer ik tegen redelijke snelheid naar beneden kwam en in de regio belandde waar er meestal dit soort Krokus-skiërs stonden. Namelijk de blauwe pistes, beneden waar de drankkramen staan. Ze staan er maar wat bij, niet beseffend dat ze KEI hard in de weg staan. Druk bellend, joelend en vooral met alles bezig behalve de sport die ze ter plekke zouden moeten beoefenen.
Het kan dan ook niet verbazen dat er elk jaar opnieuw melding wordt gemaakt van meer ongelukken op de wintersporten. Het zijn ook geen wintersporten meer, maar verkapte zuipwedstrijden en beschutte werkplaatsen-on-ice. De mensen zijn nauwelijks aangekleed, hebben niks techniek en beseffen niet eens dat ze eventueel aan de weergrillen zijn overgeleverd. (Zoals die man die in Oostenrijk op een berg stond te klagen tegen zijn vrouw dat het er te hard waaide. )

Zulke mensen verdienen het om af en toe eens een skiër tegen duizelingwekkende snelheid op het vege lijf te voelen landen. Maar dat is dus net de reden dat ik niet meer op wintersport ga. Het risico dat ik een van deze minkukels eens, samen met mij, in het ziekenhuis doe belanden is enorm. En dan heb ik het wijselijk nog niet over snowboarders. Een soort mensen die, wanneer het even kan, liefst in groep midden op de piste jointjes liggen te blowen terwijl ze “genieten” van het uizicht.
Dat kan je thuis toch ook?! Daar bestaan hele mooie DVD’s over! Je staat verdomme op een BERG. Vol met SNEEUW. Ski, of board dan naar beneden, zoals het hoort!
Met je auto ga je toch ook niet midden op de ring van Brussel dwars parkeren om naar de vliegtuigjes te kijken die vanop Zaventem vertrekken, terwijl je een fles jenever leegdrinkt met een iPod in je oren? Blijkbaar kan dat allemaal wel wanneer je op een skipiste staat… want dan zijn we hip, vet, cool, in the zone.

Weer een pleziertje dat de horde van ‘de meeste mensen’ zich heeft eigen gemaakt dus, zodat de mensen die er echt voor de sport naartoe gingen meer en meer weg blijven.
Men kan in de media nog vaker berichten geven nu, over de kosten van het repatriëren van al die Krokus-skiërs,… wij zullen wel betalen, en er wijselijk wegblijven want het is toch verpest. Moge zo nog veel smeltende sneeuw zien en lang aanschuiven in hun tot bunkerachtige eetkazernes omgebouwde blokhutten.

Hebt u een reservatie?

Recentelijk voerde de Kinepolis-groep de gereserveerde bioscoopplaatsen in.

Blijkbaar was het te moeilijk voor bepaalde filmbezoekers om op tijd op te dagen aan de cinemazaal om zodoende een goede plek te bekomen. Dus heeft men er weer een typische “service” aan gekoppeld (lees: meerwaarde trachten te toveren waar er geen zit). Een service die waarschijnlijk in het hoofd van een marketingboy voor een diepere invulling van het cinemabezoek concept moet zorgen en vertical-revenue-adjustements veroorzaakt of van die bullshit.

Goed gezien misschien van hun businessmensen, maar als klant en kritiek-addict heb ik hier iets tegen.
Waarom moet alles, maar dan ook àlles, op basis van reservatie gebeuren tegenwoordig?

Zijn de mensen zo voorgeprogrammeerd aan het leven deze dagen dat ze zelfs het risico op een slechtere plek in een cinemazaal niet meer aankunnen? Zijn ze allemaal zo kleinzielig geworden dat ze lekker gesetteld zich niet de moeite willen troosten op tijd aan de kassa te staan van een cinémazaal? Op zich is dit niet echt een moeilijke opgave. Je kijkt wanneer de vertoning begint, calculeert er een half uur af en je vertrekt OP TIJD naar deze plek, rekeninghoudend met de reistijd tussen A en B. Eenvoudig en doeltreffend, mensen doen dat al jàren zo… mensen die op tijd zijn althans.

Deze obsessie met alles zeker op voorhand te willen vastleggen blijft trouwens ook niet bij bioscoopzalen alleen. Ook andere vormen van entertainment moeten er stilaan aan geloven.
Je kunt in deze tijd waar zelfs een viswinkel een online reservatiesysteem heeft, geen restaurant meer binnenstappen ‘op-het-goed-valt-het-uit’ want dan wordt je steevast de deur gewezen (ook als is de zaak nagenoeg leeg) omdat er ‘gereserveerde’ tafels zijn. Gereserveerd voor mensen die zelf het verorberen van een steak met fritten of een croque-monsieur op voorhand vastleggen om toch maar zeker niet te moeten zoeken naar een restaurant dat nog plaatsen heeft. Even avontuurlijk gaan rondlopen of iets nieuws ontdekken is er dus niet meer bij.

Ik ging vroeger wel eens op’t laatste nippertje naar Metropolis, gewoon omdat ik zin had in een film. Ik pikte al dan niet ter plekke een film uit het programma en begaf me vervolgens naar de zaal. Meestal stapte ik op die manier mee van de eerste binnen en nam een plek in die me OK leek. Indien de plek later, wanneer er meer volk binnenkwam, niet meer zo aangenaam bleek te zijn verplaatste ik me naar elders in de zaal tot ik goed zat.
Met het Metropolis systeem is ook deze ‘pret’ er af.
Een nadeel is dat indien de zitplaats je niet (meer) aan staat je niet zomaar kan verhuizen. Vaste plaatsten zijn vaste plaatsen. De kans dat je zomaar kan verwisselen is klein.
Pech dus voor iedereen die zoals ik vrij onverdraagzaam is ten opzichte van stinkende/hinderlijke/lawaaierige/domme/joelende/spelende/te hoge new-wave kapsels dragende mensen in bioscoopzalen. Ik kijk graag naar een film zonder al de hinderlijke dingen van andere mensen te moeten aanhoren of meemaken met andere zintuiglijke waarnemingen.

In’t kort: onze vrijheid is dus helemaal weg bij Kinepolis.
Als in een entertainmentversie van een concentratiekamp moet je je maar tevreden stellen met de plek die je hebt vastgekregen via hun Visa-kaart computersysteem. (Privacy?)
Je kiest ten slotte zelf een nummer (wat een excuus) en daar moet je dan maar tevreden mee zijn. Men verkoopt een stoelnummer, maar geen echte zitplaats in feite. Staat die plek je niet aan? Dan heb je pech. Want er zijn waarschijnlijk andere mensen die alle andere plekken hebben ingenomen, pardon gereserveerd.

Het gevolg is uiteraard dat ik deze reservatie-oorden niet meer bezoek. Ik roep iedere filmliefhebber op hetzelfde te doen.
Ik word graag als een klant behandeld. Als een persoon die naar een film komt kijken in ruil voor 5 tot 8 euro.
Ik wil bijgevolg, net zoals voorheen, zèlf beslissen waar ik wel of niet ga zitten. Ik wil zelf beslissen wanneer ik opsta en me op een rij verderop een plek zoek, om welke reden dan ook.

Het is toch al te gek dat je in een LEGE zaal binnenkomt en moet gaan zitten waar de tot net voor de vertoning ongereserveerde plekken vrij waren, terwijl de mensen die vaak te laat binnen komen wanneer de film al begonnen is lekker op de beste plekken gaan zitten. Walgelijk.

Men geeft hier de illusie van vrije keuze, waar men beweert van ‘Ja mijnheer, maar u kiest toch zèlf op welke plek u wilt zitten bij de reservatie?’ (Een pertinente leugen aangezien je niet op voorhand weet of die zetel wel een goede zetel is, en of het volk dat eromheen komt zitten je niet totaal het bloed van onder de nagels haalt qua ergernis).

Men neemt de spontaniteit uit een bioscoopbezoek weg. Aangezien niemand graag op een slechte plek zit zullen mensen eerder geneigd zijn nog meer gepland naar een film te gaan zien in plaats van in een spontane impuls. Dit laatstse is duidelijk de bedoeling van de cinemazalen, ze merken dat er een bepaald publiek vaste klant is (de mensen die te oud/stom/correct zijn om te downloaden? 🙂 en die mensen willen ze vooral ter wille zijn. Dat er ook een cinefiel publiek is dat niet per sé naar elke kaskraker komt kijken en deze liefst weken op voorhand reserveert is hen totaal voorbijgegaan. Je kunt dat ook zien aan de soort titels die men speelt bij Kinepolis.

Dat is net waar het’m wringt bij mij. ALLES wordt gepland… alles wordt aangepast naar de mensen die lekker lang op voorhand alles organiseren, bespreken en vooral niets aan het toeval over willen laten. De time-planners, time-coachers en To-do-list mensen die zelfs een spontaan dinertje en bioscoop bezoek laten regelen door e-mails, dayplanners en andere rotzooi.

Akkoord dat je bepaalde dingen beter op voorhand uitstippelt, zoals een reis naar Borneo of een bezoek aan een toprestaurant. Er zijn nu eenmaal dingen waar een wachtlijst voor nodig is.
Maar ook de gewone dagdagelijkse dingen als een eenvoudig restaurantje of een cinema worden ons voorgeschoteld als iets enorm exclusiefs waar je best voor reserveert omdat hun product o-zo meerwaardig is.

Pure onzin, straks moeten we nog op een website van een café of taverne gaan reserveren wanneer we aan de toog een pint willen drinken. Dan krijgen we een webinterface met daarop de aanwezige krukken en zitplaatsen en moeten we aanduiden hoeveel we gaan drinken, wat we gaan eten daarna en welk barmeisje we het liefst voor onze neus zouden hebben, en vooral hoe lang we plannen in de bar te blijven!?

Ik zal vanzelfsprekend geen voet meer binnenzetten in bioscopen van de Kinepolis-groep zolang men dit onspontaan systeem in voege laat.
Daarbij, de stoelen en het geluid zijn van zulke lage kwaliteit (dat men daar maar eerst wat aan doet ipv stomme systemen uit te vinden, eh… aan te kopen). Ik ga dus in ieder geval al liever thuis een film bekijken dan tussen een hoop losgeslagen Nederlanders of randgemeenteboeren die weken op voorhand een ticket reserveren om lekker in’t midden te zitten… Het zal er trouwens gezellig zijn denk ik daar in’t midden van die zalen.

Moge de colabekers eeuwig uitgedronken worden door de meest luidruchtige rietjeszuigers en de chipsverpakking lekker knisperen tijdens de spannende momenten, voor mij hoeft het echt niet meer, de smak- en slurpgeluiden, de domme vragen en opmerkingen, de GSM’ers, het geroep, de stank, de reservaties… plan het maar voor een ander doelpubliek want mij zie je niet meer.

De TV zwendel.

Aangezien ik al een tweetal jaren zonder Televisie leef, heb ik geen beeld meer (hebt u’em?:) over de huidige stand van zake in abonnementenland. De bedrijven die aan TV-distributie doen waren danook eens toe aan een kleine doorlichting. Gewoon voor de fun ben ik even gaan rondkijken over wat er zoal te kopen valt indien je TV wil kijken.

De intercommunales, zoals geweten, zijn alle 36 een soort baronniën die de lokale verdeling van gas, electriciteit, kabeldistributie enzovoorts op zich nemen. ‘Op zich nemen’ betekent in dit geval dat ze het belastingsgeld dat onze voorouders hebben betaald hebben omgezet in leuke spulletjes zoals TV-bekabeling, gasleidingen en electrisiteitslijnen. Om deze diensten daarna dubbel en dik te laten her-betalen door de kinderen van deze belastingbetalers; uiteraard is er onderhoud en uitbreiding van het netwerk nodig, aar sommige intercommuncales gaan wel erg ver in het afrippen van mensen vind ik. Dat er moet betaald worden voor een dienst en het onderhoud van onze nutsvoorzieningen is logisch, maar waarom speelt hier de vrije markt niet op plekken waar het wel zou moeten? En waarom speelt de vrije markt net wel waar het niet zou moeten?

Een voorbeeld dringt zich op.
Integan, de televisie-distributeur van Antwerpen is een bedrijf dat een ijzeren greep heeft over de manier waarom we TV kijken in deze provincie. Ze zijn al bij al goed georganniseerd, dus over de dienstverlening heb ik niet echt klagen. Maar dat mag wel wanneer je hun prijzenpolitiek bekijkt.
Wat me vooral stoort is dat net hier de vrije markt niet speelt. Je hebt dus geen keuze. Wanneer je in deze Goelag-Antwerpen-Noord woont kan je nu eenmaal maar kiezen tussen enkel opties voor kabe TVl: Integan, of niets.
Ik koos voor ‘niets’. Waarom, is meteen duidelijk hieronder:

Rekent u even mee?
Allereerst de verplichte kost voor indienststelling : 29.10 Euro (belachelijk bedrag maar ok)
Deze ‘dienst’ is puur nep. Aangezien de aansluiting er al ligt in dit geval en er eigenlijk nog steeds signaal op zit. Het is enkel een filter die er voor zorgt dat je niets kan zien buiten sneeuw en 2 vrije zenders. (inderdaad, zelfs zonder aansluiting kan je perfect NBC en ZDF ontvangen blijkbaar ;).

Wanneer je een ‘nieuwe’ aansluiting neemt is deze prijs 67 euro. Met of zonder BTW vertellen ze er niet bij op hun site, ik vermoed dus zonder.

Vervolgens een abonnemnet (basis-zenders) van 149,85 jaarlijks.

Dit aanbod is magertjes… een allegaartje van Franse, Nederlandse en Duitse openbare zenders waar geen kat naar kijkt.
Hier stopt het verhaal voor de mensen die op de analoge manier TV willen kijken. Voor de anderen, die wat meer zenders willen ontvangen en vooral betere beeldkwaliteit gaat het door:

Voorts nog een digitale decoder: HD-receiver voor 229 EUR. Er is ook nog een recorder (waar je zonder bij te betalen NIET mee kan recorden!! ) van 369 EUR. De mensen die dit ding (productiewaarde 70 euro) kopen zijn stapelgek in mijn opinie…
En dan nu de klap op de vuurpijl: je staat daar dan in een van hun winkels als een koplete lul met je 500 euro aan materaal in je handen en je krijgt je HD ‘decoder’.
En wat blijkt?

Je kan met dit toestel niet decoderen zonder een smartcard te hebben. Zelfs voor het goedkoopste basis-pakket heb je deze smartcard nodig! Dus het is sowieso verbonden met de aanschaf van een decoder.

Kost? 25 euro voor ‘activatie’ van een smarcard.
Dit is de druppel voor mij: dit is pure koppelverkoop. Dit is zoiets als een waterkraan verkopen waarvan de draaiknop zelf niet kan ronddraaien zonder een ‘speciale’ sleutel van 25 euro. Je rijnste onzin.
De echte TV freaks (die dus ook wel wat anders willen zien dan re-runs van ‘Allo-Allo’ en The Simpsons seizoen 1 tot 4), kunnen er best nog een ‘MEGA’ pack bij kopen om daadwerkelijk films van na 1998 te bekijken kosten? 36 euro extra per maand.

En dan heb je dit alles thuis staan… voor de prijs van rond de 430 à 580 Euro, en een returning kost van om en bij de 13 tot 55 euro afhankelijk van je kijk-smaak.
Dan zet je je TV aan en kijk je naar … diezelfde flutzenders die je op je analoge TV al had.
Nu nog een HD-capable TV kopen van om en bij de 1000 à 2000 euro (die overigens elk uur evenveel verbruikt dan je wasmachine die op volle toeren draait) en je kan ‘lekker genieten’ van diezelfde uitzendingen van FC de Kampioenen en andere rommel die ze blijven herhalen en herhalen.

Wat een troep. Ik wil best betalen voor TV… maar dan TV waar ik naar kijk!
Laat me de keuze uit zowat ALLE zenders van Japan tot Finland, Van The States tot België en ik zal wel zelf kiezen en betalen voor wat ik ‘verbruik’. Technisch is het perfect haalbaar (Internet remember?) om om het even welke kanaal uit te zenden. De prijs erbij vermelden en hup ik kan kijken. En hou de staatzenders gratis voor iedereen.
Maar een ‘recorder’ verpatsen en dan de mensen extra laten bijbetalen om er te MOGEN mee opnemen is natuurlijk veel winstgevender waarschijnlijk.
“Me iel Aàntwaarpe, mor ni me moa.”

Het is me trouwens nog steeds een raadsel waarom we in het grootste deel van Antwerpen nog steeds geen telenet digitaal hebben, niet dat dat goedkoper of beter is, maar dan heb je tenminste al twee spelers op de markt. Nog beter zou zijn dat Telenet via de projecten die lopen voor de Xbox360 mee zou werken. Daarbij gebruikt men deze spelconsole als een decoder en kan je op die manier video on demand doen en live zenders streamen. Maar helaas… telenet doet hier niet aan mee voorlopig. Het had een leuke derde optie geweest…
Voorlopig kijk ik TV op joost.com da’s ook goede kwaliteit, geen abonnementen, activatiekost of dure decoders en stomme smartcards… gewoon TV. Vaak zelfs de zelfde zenders dan die integan of telnet digitaal aanbieden…