Deel 3: De onderaanneming

De 4 soorten vacatures die ik haat.  Deel 3: De onderaanneming.

Ik heb sowieso al iets tegen het principe van een onderaanneming, maar ik heb al helemààl iets tegen de vacatures die er vaak voor worden uitgeschreven.
Het werk in onderaanneming is meestal gebaseerd op het afschuiven van enige verantwoordelijkheid van de initiële werkgever, in combinatie met het niet volledig moeten tegemoedkomen aan de geldende normen in een branche.
De vacatures voor zulke jobs of nep-jobs zijn dan ook navenant. Ze worden meestal opgesteld door een interimkantoor die als vangnet moet dienen om zoveel mogelijk kandidaten aan te leveren, die dan in een onderaannemings-val terecht komen. De originele opdrachtgever blijft liefst buiten beeld, of is in het slechtste geval niet eens op de hoogte van wat er ver weg van het hoofdkantoor gebeurt om de taken zo goedkoop mogelijk af te werken.

Vooral in technische sectoren en de schoonmaak is deze praktijk ronduit belachelijk aan’t worden, met vaak 3 tot 4 “afschuim-lagen” van bedrijfjes tussen het echte werk en de echte uitvoerder van het werk. Ik heb het me in deze blog al vaak afgevraagd, maar vooral in deze sectoren wil ik echt wel eens weten wat nu de effectieve meerwaarde is van al die recruiters en “trezebezen” die je profieltje van A naar B naar C e-mailen… misschien mis ik iets significants. Al kan ik aan de vragen die deze mensen me stellen en manier van omgaan met kandidaten soms wel een beeld vormen van hoe hun professionalisme tot stand is gekomen (iets met tokkelen op een telefoon en heen en weer lopen met papiertjes).

Vanuit de kandidaat gezien gaat het meestal zo: de kandidaat leest de vacature, stuurt CV + motiviatiebrief, en dan krijgt hij of zij één op de tien keer tijdig een antwoord. Daarna gaat de kandidaat naar de sollicitatie en komt bij een interimkantoor terecht. Deze verdienen centen door het profiel aan te leveren (vandaar dat je meteen een invulformulier op papier of computer moet invullen).

Vraagje voor de juridische specialisten inzake arbeidsrecht onder ons: Ben je op dat moment trouwens niet aan het zwartwerken? Je bent immers als werkloze toch persoonsgegevens aan het invoegen in een databank van een interimkantoor, wat het werk is van de interim-bediende, niet van de werkloze zelf… maar ok, da’s maar een bedenking. Wanneer je bijvoorbeeld zou staan afwassen in een horecazaak, ben je overduidelijk wel aan’t zwartwerken,… ‘t is maar een bedenking.

Om verder te gaan: na dat interimkantoor, sta je meestal even stand-by, waarna men overlegt met de opdrachtgever, meestal is dit een bedrijf dat in die specifieke sector een boel onderaannemingen uitvoert.
Wanneer deze je dan goedkeuren, op papier, kan je ook daar langt het HR-departement passeren. Waarna je eventueel kan beginnen werken, of NOG een ander bedrijf je moet keuren.

Nog verder wordt je dan op het eigenlijke bedrijf ontvangen waar je effectief je werk zal uitvoeren, meetal hangt ook hier een check aan vast (al is men daar soms ook te laks voor geworden, indien er iets fout loopt is het toch maar een onderaannemer die makkelijk kan verwisseld worden voor een andere).

Als kandidaat en werknemer ben je op deze manier ook administratief met een hele rompslomp bezig. Niet alleen zijn er de regeld van het eigenlijke bedrijf waar je werkt (inzake ziektemeldingen enzo) maar ook de regels van de onderaannemer en de interim. Deze laatste blijven je werkgever, maar zingen meestel de toon van de eigenlijke opdrachtever… waardoor het vaak moeilijk wordt iedereen tevreden te stellen.

Onthou vooral dat je als kandidaat bij zulke vacatures na een tijd een grens moet trekken, … mijn persoonlijke regel is, dat wanneer men werk aanbiedt ik altijd rechtstreeks zal proberen naar de echte werkgever te solliciteren. Willen deze me niet aanwerven, dan wil ik eventueel wel via interim (afhankelijk welke), maar meer dan die ene laag tussen mij en de werkgever aanvaard ik niet. Temeer omdat je dan nog minder bent dan een nummertje op een lijst. Je kan dit soort vacatures in’t algemeen beter als allerlaatste optie houden, want wanneer een werkgever werk op dit soort manier uitbesteed wil dit meestal zeggen dat een carrière of aangename eerlijk betaalde job niet echt een prioriteit is.

Naar mijn mening zouden onderaannemingen en interims moeten afgeschaft worden, op enkele zeer uitzonderlijke gevallen na. Ik zie niet in waarom een bedrijf dat werk aanbiedt daar allerlei tussenverdiepen en constructies voor nodig heeft.  Aan de andere kant zou de staat het voor bedrijven administratief eenvoudiger moeten maken om zelf mensen aan te werven zonder te verzuipen in bergen regelgeving en papier (wat denk ik, ook meespeelt in de keuze om voor interims enzo te kiezen).

Naar mijn menig zit er enorm veel volk dat normaal werkloos zou zijn, te doen alsof ze andere mensen werk verschaffen op zulke kantoren… niet dat ze niets doen hé, maar het gaat meestal om werk dat overbodig zou moeten zijn in een correcte arbeidsmarkt.

Ik vind het in ieder geval hatelijke vacatures, omdat je ergens een gaatje opvult, en zelden of nooit via die weg aan een goede job geraakt (enkele uitzonderingen niet te nagesproken).
Wanneer je zulke vacature ziet, denk je als werkloze meteen: “Weer in onderaanneming, …” *zuch*


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

de wederopstanding

Hier ben ik dan weer.

Na mijn ietwat hoogdravende afscheid van deze blog, met het voornemen om een soort ondergrondse guerrilla te voeren binnen bij bedrijven in de laagste regionen. Na een paar maanden had ik door dat zelfs dat me geen voldoening gaf. Je bereikt er buiten het verzieken van de maatschappij niets mee, en het kortstondige goede gevoel om bepaalde schuldige mensen even te treiteren (bijvoorbeeld klanten van een grote multinational die beter zouden moeten weten), is ook snel oud.

Opnieuw ben ik in een depressie gesukkeld, al mag ik dat dan weer geen depressie noemen van bepaalde mensen, omdat èchte depressieve mensen geen blogs bij kunnen houden wegens geen energie.
Wel, laat ik me dan een dopperdepressie op nahouden.

Vanmorregend kreeg ik een mail binnen van een bedrijf waar ik ooit eens mijn CV had achtergelaten.
Ik was blij, maar wist meteen ook dat wanneer men je na zo’n lange periode toch mailt, er iets scheelt. De gewoonlijke kanalen (vrienden, familie, bekende vd firma, consultancy partners…) zijn dan al allemaal aangesproken geweest en uitgeput. Dus dan mailt men naar de afdankertjes, de mensen die al te lang in de databank zitten en verder niet bewegen…  ik dus onder andere.

De mail stelde me een ogenschijnlijk toffe job voor, 90% in lijn met wat ik in mijn gloriedagen deed.
Maar het addertje was me snel duidelijk: de plek van tewerkstelling werd angstvallig verborgen gehouden, alsook het bedrijf waar ik eigenlijk voor zou werken… de nadruk op “zeer goed Frans” kunnen lag er zo dik op, dat ik er de donder op durf zeggen dat het weer ergens in Wallonië of Zuiden van Brussel zal zijn (plekken waar ik resoluut weiger te werken, wegens onbereikbaar en onleefbaar in mijn omstandigheden).

Toch ga ik zodadelijk een brief en mijn upgedate CV naar deze mensen sturen, wie weet schat ik het verkeerd in, maar ik zit er zelden (eigenlijk nooit) naast met mijn reële inschattingen van vacatures.

Misschien is dat nog een carrière die weggelegd is voor mij; men stuurt een vacature naar me toe in e-mail, ik analyseer ze, en stuur daarna de èchte vertaalde, onstleutelde vacature terug. (proberen maar zou ik zeggen, mijn mail adres is dendopr *at* gmail punt com


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

De huurdersbond – hulp op papier (een review)

Als werkloze heb je niet veel geld, en dan betekent ook dat je veelal moet afhangen van een huurwoning.  Nu wil het toeval dat ik niet veel geld heb en tegelijk in een huurwoning zit waar een en ander fout loopt.  Ik ga hier niet dieper op in, aangezien woningen, huizen en alle zever die daar mee te maken heeft, compleet oninteressant vindt.  Het is nu eenmaal zo dat je ergens moet wonen, en hoe je het ook draait of keert: er gaat altijd iemand die rijk is, rijker van worden (bank, verhuurder, huisjesmelker of een of andere investeringsmaatschappij).  Dat men rijker wordt op mijn kap is dan maar zo,… maar het interesseert me verder geen hol.  Tot de dag dat er natuurlijk iets grondig fout loopt.

Ik liet vandaag eerst een en ander nakijken bij de federale overheidsdienst financiën (de onvriendelijkheid die men daar aan de dag legt is legendarisch). Waar men 6 euro vroeg om een kopie te maken van een huurcontract en een opzoeking te verrichten.  Ik vroeg me af waarom ik belastingen betaal van 56% wanneer je dan ook nog eens elke overheidsdienst apart moet betalen om taakjes uit te voeren voor de belastingbetaler in kwestie.  Ik betaal een brood bij de bakker toch ook geen twee keer?

Daarna verwees men me door naar de huurdersbond.  Een organisatie waar ik tot nu toe enkel negatieve dingen over had gehoord.
Deze organisatie is in het leven geroepen om huurders te helpen om hun rechten te verdedigen.
Anno 2012 kan ik u meedelen dat dit een papieren klucht is. Huurders krijgen geen hulp van hen. Punt uit.
Laat me hier dieper op in gaan:

Allereers trachtte ik de huurdersbond te bereiken via telefoon. Dit faalde, aangezien er enkel een bezettoon te horen was, urenlang, dagenlang.  Ik wiet niet of men daar mensen helpt via de telefoon, maar het leek me makkelijker om er dan gewoon langst te gaan.
Een afspraak maken kon niet, aangezien dit telefonisch moest gebeuren.
Dan maar naar het “vrije spreekuur” bij de genoemde huurdersbond.

Het pand terugvinden op zich was al een hele klus, … het was al avond, donker en het is gelegen in een buurt die vooral bekend staat om haar hangjongeren en zwerfkattenvoedselplekken (no shit).

Eens binnengekomen liep ik tegen een hoop wegwijzers van allerlei socio-culturele organisaties aan (zulke hulpverlendende diensten schijnen zich nooit op te houden in een goed georganiseerd kantoorgebouw, maar moeten het eerder hebben van plekken waar een hoop Disneyfiguren op de grond staan geschilderd en waar het vol hangt met slechte bond zonder naam spreuken).

De binnenplaats stond vol mensen die naar de ingang zochten, of naar het toilet, of naar een plek om hun sigaret op te roken,… de bureau’s van de huurdersbond zelf waren afgesloten van het kleurrijke publiek. Daar zaten enkele jurist-achtige dames te keuvelen en koffietjes te drinken, en af en toe iemand te helpen.

De wachtzaal, zo zei men, was aan de overkant, in een grote refter. Het soort plekken waar er altijd een stuk decor van een kindertoneelstuk in het rond slingert, samen met een schoolbord op wieltjes). Er zaten ongeveer 70 mensen aan tafeltjes, het leek wel een meeting van een extreem-linkse partij ergens in een Afrikaans land.  Maar niets was minder waar, je moest naar voor kruipen om uit een mandje op de toog bij “de vrijwilliger” een nummertje te trekken. Deze volgnummers waren klaarblijkelijk door het personeels zelf in elkaar geknutseld.
Ik had nummer 39, van de 40 die die dag gingen geholpen worden.
De man na mij gaf het al op na een paar minuten (hij was de slimste die avond, zou later blijken).
Da’s al 1 van de 40 die niet ging gehopen worden, telt u mee?

Daarna bleek dat de vrijwilliger (een man die zijn voortanden mist en iets weg had van Sjaakie, een figuur uit de film Flodder) een voor een de mensen naar voor riep op nummer. Daarna werden deze mensen gevraagd of ze al dan niet lid waren. Je moest 15 euro ophoesten, want uiteraard was niemand lid. Daarna kregen ze een papieren lidkaartje met hun eigen naam op en mochten ze terug in de ijskoude zaal plaatsnemen, tussen joelende kinderen, mensen met rotte tanden en andere huurders die aan de foute kant van de maatschappij leven.

Af en toe rinkelde de man zijn telefoon en mocht de volgende “klant”, naar het selecte hokje komen waar de juffrouwen aan de verwarmde bureau’s konden bezig zijn met hun dossier.  (Zelfs in dit soort organisaties is men blijkbaar elitarisme gewoon geworden,…)

Na een twee uur wachten was het aan mijn nummer 39.  Ik betaalde 15 euro, kreeg het vodje papier dat als lidkaart dienstdoet en mocht ik terug gaan zitten.
De zaal zat inmiddels al veel minder vol, maar de mensen die overbleven waren des te schrijnender. Mensen met zeer kleine kinderen, mensen die geen taal spraken buiten die van hun thuisland en armoede…

Ik had er rond 22u schoon genoeg van en vroeg of het nog lang ging duren, “toch nog zeker een uur of twee”.
Men vertelde me dat de toestand en het aantal klanten steeds schrijnender werd, en dat ik de eerste weken zeker geen afspraak kon maken. Ik vertelde hem dat de telefoon altijd bezet was en dat je na 3 uur wachten ook niet geholpen werd. Hierop had hij geen verhaal meer… klaarblijkelijk raadde hij me aan om te e-mailen en eventueel toch nog eens terug te komen wachten en vechten om als eerste binnen te geraken.

Conclusie:
Wanneer een organisatie zoals de huurdersbond zo ineffciiënt, zwak, slecht georganiseerd is geworden dat er nauwelijks nog 5% van de mensen die op het spreekuur verschijnen, geholpen worden, dan schiet men zijn doel voorbij.
Men zou mijn inziens veel meer de belangen van de huurder verdedigen door meteen de boeken neer te leggen en openlijk in de media te verklaren dat men geen minimale werking meer kan bieden.
Da’s in ieder geval veel eerlijker dan twee buitenlandse meisjes met een pasgeboren kind 3 uur te laten aanschuiven in de kou, om hen dan 15 euro te vragen en ze verder zonder hulp of bescherming tegen hun huisjesmelker, terug huiswaards te sturen.
Maar men dweilt blijkbaar liever met de kraan open, dan gewoon toe te geven en een bulldozer op het probleem af te sturen…  waarvan akte.  De huurdersbond is niet alleen een inefficiënt werkende organisatie, men wekt de indruk van te helpen, maar geeft eigenlijk enkel meer wapens in handen van de verhuurders, die maar al te goed weten dat diegenen die geen eigen advocaat kunnen betalen, een vogel voor de kat zijn.
Geeft dit dan ook toe, en sla er geen extra 15 euro uit bij die mensen!


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

eerste keer tussen de learning society

Omdat ik spreekwoordelijke geen hout heb om pijlen van te maken (gelukkig wel een nagel om aan ..) dacht ik er aan om opnieuw iets te gaan studeren.

Na de opleiding die ik volgde bij de vdab vorig jaar (en die uiteindelijk op de arbeidsmarkt minder opbracht dan hetgeen het me gekost heeft, om maar te zwijgen over de verloren tijd en de opgeleverde frustraties) ben ik niet echt veel meer waard geworden op de arbeidsmarkt.

Je mag dan al geslaagd zijn voor een vrij hoogstaande technische opleiding, wanneer men je voor een job laat komen solliciteren telt er meestal maar één ding: “ah u hebt via de vdab iets geleerd? Dan kan ik u zeker wel bijna gratis in dienst nemen, niet?”.
Dat, of je komt bij complete krabbers terecht zoals bij punknet, waar je eigenwaarde en motivatie totaal naar de vaantjes gaat.

Studeren is nooit slecht zegt men me dan, deze “learning society” geeft je immers alle kansen.
Het moet gezegd, er zijn ook echt meer kansen, zelfs voor mensen uit een verdoemde generatie waar je eigenlijk geen kant op kon eens het begon fout te lopen.

Deze week ben ik daarom gaan rondneuzen bij verschillende onderwijsinstellingen.  Kijken en leren, en vooral info opdoen over wat er zoal mogelijk is als werkloze.
De allereerste regel is uiteraard dat je beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt. Nu, reken maar, ik ben beschikbaar,… graag zelfs. 
Ten tweede moet je blijkbaar in studiepunten gerekende onder de 27 blijven (iets waardoor je dus al gauw 6+ jaren doet over een bachelor).
Verder zijn er nog een paar voorwaarden,… niet evident altijd, maar te doen.

Ik belde wat in het rond, keek op websites en vandaag zat ik voor ik het goed en wel wist in een aula met zo’n dikke driehonderd studenten, te luisteren naar een eerste les over iets dat me interesseerde.

Ik ben intussen (wees gerust beste werkgevers) nog steeds beschikbaar voor de arbeidsmarkt.  Mijn goedkope GSM zit op trilstand in mijn broekzak, klaar voor al die werkgevers die kunnen bellen.  Ook voor diegenen die beloofden om terug te bellen, iets te laten weten, zèker rekening te houden met de kandidaat en ‘begaan te zijn met iedereen op de hoogte te houden’. Ook voor die kwibussen staat mijn GSM steeds aan, klaar om “beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt”.

Intussen kijk ik rond, naar al die freaky kapsels en die mooie laptops van die studenten, en denk aan hoe ik ooit op de middelbare school zat en bij de directeur moest komen omdat er gaten in mijn schoenen zaten en dat ik er niet esthetisch bij liep.  Ik woonde dan ook alleen en had geen geld voor schoenen. 
De volgende dag heb ik ze met een beetje lijm vooraan dichtgekleefd om toch de week nog door te komen zonder weggestuurd te worden.
Mijn vriendin van toen zat op kot in Gent en op de lange duur voelde ik dat het allemaal niet voor mij weggelegd was.
Ik denk aan al die kansen die ik gemist heb zelf, door mijn eigen stomme fout, of door de maatschappij die toen nog volop aan het bekomen was van de vette jaren.

Maar in de tweede plaats denk ik aan hoe het verder moet. Alleen wonen is makkelijk uiteraard in zulke situatie.  Je doet wat je wil, wat je kan, en als’t niet zo goed loopt dan zit je er zelf mee.  Dat is verandert en ik wil zeker verder, voor mezelf is het beter, maar ik voel me ook meer gemotiveerd nu er iemand me af en toe een schop onder mijn kont geeft.
Misschien is het dat wel dat ik al zo veel jaren mis. Iemand die me opvolgt en het mes op de keel zet.

Ik kwam de aula uit na een paar uur en bedacht me dat ik dit misschien te rooskleurig in zag. Studeren is hard, zeker wanneer je de studentenleeftijd al gepasseerd bent en eigenlijk volop je carrière zou moeten uitbouwen zijn. 
Maar niet getreurd, ik kom er wel door. Even goed uitkijken, rekenen en dan iets kiezen (of niet, maar dan met een goede reden).
Hopelijk vind ik snel werk, goed werk, en kan ik na de uren nog iets doen dat de moeite loont om te leren.
Intussen zijn er nog altijd boeken, cursussen en een snel meegenomen les.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

thuis met een werkloze

Terwijl je vaak lang zit te wachten op een antwoord van bedrijven waar je bent gaan solliciteren, bekruipt je vaak het gevoel van nutteloosheid.  Je weet van niks, je bent een outsider en daar zit je dan. 
Een gevoel waarbij je eigenlijk jezelf niets te verwijten hebt -en dat ook weet- terwijl je je toch afvraagt of het niet anders had gelopen moest je iets anders hebben gedaan.
Je zit dan thuis, in de eerste plaats om online werk te zoeken en in tweede instatie om niet al te veel geld uit te geven (want buitenkomen kost mogenlijk geld). Je kijkt op de muren, de schildpad in haar bakje water, de koffiezet, de lege zetel en bedenkt opeens dat je een statistiek bent die alleen maar bewijst dat er bepaalde generaties mensen (tussen twee onderwijshervormingen door) zijn die geen kant op kunnen.
Zo’n persoon die wat hij of zij ook doet altijd wel ergens een probleem heeft waardoor het doel dat deze persoon voor ogen houdt (werk vinden in dit geval) nooit bereikt wordt (kortom een “loser”).
Het probleem met dat soort denken is dat je als werkloze op den duur niet meer weet wat je er mee aan moet vangen.  Je had ooit eigenwaarde, maar die wordt bij elk slecht sollicitatiegesprek minder, je had ook geld, iets dat elke maand slinkt. Daarenboven had je ook een beetje aanzien, iets dat compleet in de grond wordt gehakt wanneer je voor het eerst met eender welke vdab-mensen praat (het verschil tussen een robot uit de boeken van Isaac Asimov en een VDAB’er is dat een robot meer met mensen in zit).

Oplossing zijn er genoeg wanneer je zomaar met mensen praat die zelf een lekkere job hebben. Ze stellen allerlei dingen voor die uiteindelijk toch niet realistisch zijn.  Liefst van al is men er snel vanaf van je gezeur. Want er is immers werk genoeg niet?
Even opsommen: het eerste het beste lokale zaakje binnenstappen waar men werknemers zoekt (desnoods om tussen de middag broodjes smos te maken voor toeristen) met alle gevolgen voor de “logica van je CV” vandien, je aanmelden bij een vrijwilligerswerk, terug studeren (duur) of een cursus volgen van de vdab?

Het blijft echter moeilijk, want het liefst van al wil je gewoon terug een job vinden in de branche waar je weet goed in te zijn, geld verdienen om van te leven om je van daar uit verder te ontplooien. Daarna kan je rustig terug je hobby’s uitvoeren, want dan is het ook effectief terug een manier van vrijetijdsbesteding.

Wanneer je echter thuis zit is het al gauw kommer en kwel op gebied van hobby’s versus werk.
Komt daarbij dat je dan wanneer je samen woont met iemand je dan geconfronteerd wordt met een heleboel neveneffecten.  Opeens ben je de zonderling, de eenzaat, de stinkende dopper die thuis aanwezig is op uren waarop de ander moet werken. Wat doet die heel de dag?

Je lijkt ook opeens een zee van tijd te hebben (eerder een klein meertje) waardoor het lijkt dat je hele dagen zit te niksen.  Ikzelf heb het hier de laatste dagen enorm moeilijk mee.
Er doen dan mensen je de suggestie om gewoon eventjes er op uit te trekken, maar dat is eigenlijk geen optie (geld, administratie, tijd…  ), da’s eerder iets voor mensen die net zijn ontslagen en een paar weken willen ontstressen. Niet voor mensen zoals ik, die echt wel op zoek zijn naar een job.

Je zit aan de tafel te lezen of iets na te kijken op je laptop, en ze komt binnen. Ze heeft een harde dag werken achter de rug met de nodige frustraties en verhalen die bij een echte job horen in een echte omgeving, voor mensen die echt van hun werk houden.

Ik hoor ook graag hoe het er aan toe gaat overal waar ze komt. Af en toe geef ik ook mijn visie op iets wat ze vertelt, ik werkte tenslotte ook lang genoeg om het klappen van de zweep te kennen en hier en daar een beetje te kunnen helpen met raad en daad. Maar het is anders.

Wanneer je bijvoorbeeld iets vergeet (een boodschap, klusje of wat dan ook) krijg je vaak een opmerking hierover (goed bedoeld ik weet het), maar het doet telkens weer pijn. Je wordt telkens weer geconfronteerd met je gezakte status, “ik kan zelfs geen simpele taak goed volbrengen” denk ik dan vaak.
Terwijl ik bij wijze van spreken eigenlijk een vrolijk klein hondje ben dat blij is dat het baasje terug thuis komt. Het is uiteraard niemands schuld, het is nu eenmaal frustrerend om thuis te komen en een werkloze in huis te hebben.

Het is even frustrerend om de mentaliteit tegenover jezelf te zien veranderen, afhankelijk van de gevolgen van werkloosheid.  Het is belangrijk om in zulke mindere momenten te kunnen praten met iemand. Gelukkig is er bij mij thuis zo iemand. Ik hoop dat vele werklozen die in zulke situaties zitten iemand hebben om mee te praten, want het is nodig.
Sorry voor de melige blogpost vandaag. Maar het zit niet altijd mee.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/