De eeuwige lastige vraag en hoe er mee om te gaan.

Wat doe jij van werk? De eeuwige lastige vraag.
Uitgenodigd worden op een verjaardagsfeest is altijd fijn. Je kan lekker eten, drinken, dansen en vooral nog eens een praatje slaan met je vrienden en occasioneel een van je oude bekenden vragen welke boeken ze zoal lezen tegenwoordig…
Tenzij je werkloos bent.
De pret wordt voor wie momenteel naar werk zoekt, al snel bedorven op feestjes. Zeker wanneer je al voor de achtste keer moet antwoorden op de steeds weerkerende vraag “Wat doe jij nu?” of varianten hierop.
Men hengelt met deze vraag naar je waarde, je job, je status, je nùt binnen de maatschappij.
Terwijl jouw persoon wordt herleid tot je professionele bezigheden. 

Op hele foute feestjes gaat het nog verder en is het zelfs je “job titel” waar het om draait, waar dan steevast het uitwisselen van over-the-top business kaartjes bijhoort, met daarop hun meestal nieuwe, klinkende titels die ze binnen een hiërarchie van een groot bedrijf hebben veroverd.

De vreselijke mechanische waarheid achter deze gewoonte is dat men eigenlijk nul respect voor je heeft als mens en je herleidt tot je dagelijkse bezigheid (wanneer deze geld oplevert, want anders is’t ook weer niet goed, antwoorden als:”Ik maak moderne kunst die geen zak verkoopt.” of “Mijn online-winkel is net over kop gegaan”, zijn ook uit den boze).

Ik dop

Vertellen dat je werkloos bent is uiteraard not done in het huidige rechtse-harde-tante klimaat. Wanneer je dat echter wèl doet (zoals ik vorige keer probeerde) ben je meteen open voor een kruisverhoor en de opeenstapelingen van achterlijke goede raad van om-het-even-wie halfgaar van de witte wijn in je gezicht hangt te ademen en denkt dat ze de waarheid in pacht hebben.
Erger wordt het wanneer men dan politieke uitlatingen over JOUW werkloosheid begint te uiten. 
Ik herinner me een hatelijk straatfeestje waar ik noodgedwongen met een gerechtsdeurwaarder opgescheept zat. De man was aan z’n vijfde sangria bezig (duidelijk vier te veel te oordelen aan z’n zweetgeur en slechte articulatie).
De pompeuze man lachte me openlijk uit en zei me dat ik dan “een soort van taxichauffeur” ofzo moest worden. De redenering hierachter heb ik niet eens trachten te achterhalen.  
Ik zei hem niks meer, want zulke types hebben altijd gelijk, hebben altijd het recht aan hun kant en luisteren toch naar niemand. Je kan dit soort heerschappen enkel terugpakken door te verhuizen en er op toe te zien dat hun nieuwe buren uit hetzelfde soort hout zijn gesneden, dat verziekt de buurt op lange termijn zo erg, dat ze uiteindelijk alleen maar ongelukkiger worden. 
De vraag “Wat doe jij” wordt ook een terugkerend soort mantra van de oude bekenden die je tegenkomt ergens op straat.
Ze vragen zulks niet uit interesse, nooit. 
Ik herinner me ex-klasgenoten die ik dan jaren later tegenkom en me vragen wat ik doe. En dan verzin ik iets. 

Op die manier ben ik al maquette bouwer geweest, scenarist van misdaadfeuilletons, schilder, tuinarchitect, leraar godsdienst, ooit heb ik zelfs iemand wijsgemaakt dat ik verantwoordelijk was voor de juiste operatie van “De Revolution” in Bobbejaanland (waar ik dan bij vertel dat men daar het licht niet aan durft doen tijdens een onderhoudt om een of andere mysterieuze reden,… je kan mensen een half uur zoet houden op die manier).

Verhaaltjes als deze vertel ik vooral aan mensen die meteen, en zonder enige andere interesse, vragen “wat ik doe”. Want de waarheid zeggen: “Ik zoek momenteel werk” resulteert in het equivalent van een Davidster opgeleefd krijgen, met een drietal mensen of meer die om je heen gaan staan en je een voor een om te snedigst uit de hoek komend een paar oneliners toegooien.

Zulke mensen lopen zichzelf continu te meten met anderen. Kom je met een nieuwe auto aan bij hen? Dan gaan ze de cilinder inhoud of kostprijs vergelijken.
Heb je net een broodje gekocht? Dan gaan ze zelfs vergelijken of hun broodje gezonder, groter is of beter smaakt.
Ze hebben dus zoiets van: “Ah een ex-klasgenoot, heb ik het beter of slechter dan hem/haar gedaan, laat ik mezelf meteen meten, anders ben ik misschien de rest van de dag slechtgezind.”

Vandaar dat ik om het even wat verzin, uit disrespect en vooral uit complete onverschilligheid tegenover hun statusangst.
Ik raad alle werklozen aan hetzelfde te doen… verzin een viertal verhaaltjes over je “job”. Die je dan klaar houdt voor de momenten waarop men je te onpas vraagt wat je doet.
Hoe zotter hoe beter, want zelfs al verzin je het compleet: een paar details kunnen je meteen populair en cool maken. Veel cooler dan ‘een dopper’ ooit kan zijn in zo’n conversaties.
Wie weet, voor je’t weet heb je een lief opgepikt op deze manier, zoals een vroegere vriend van me die meisjes altijd wijsmaakte dat hij een legende was in de ballonvaart-wereld (ook al had hij hoogtevrees als een kleiduif). Zijn trofee (die hij uiteraard in zijn slaapkamer bewaarde) voor beste balonvaarder 1998 kreeg echter nooit iemand te zien. Al vermoed ik dat hij deze in zijn broek bewaarde bij momenten… 

Pas je aan, en geef de zeveraars en beoordelende mensen lik op stuk met een heerlijk verhaaltje. Bovendien houdt dit je brein scherp en je motivatie hoger dan dan je eerlijk zou zijn geweest.

Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku