De Gouden dopkaart

Eind september was het weer zover. Ik moest bij de zogenaamde uitbetalingsinstelling een C3A controlekaart halen om in oktober mijn dagen van werkloosheid te kunnen aanduiden.

Soms heb ik de indruk dat deze controlekaarten (dopkaarten) van puur goud zijn gemaakt, want je moet verrekt veel moeite doen om ze te pakken te krijgen.
Desalniettemin is het maar een vodje papier waar je op’t einde van de maand een handtekening op plaatst samen met je gegevens.

Je moet deze kaart altijd bij je hebben als werkloze, ten behoeve van de controle. Vooral mensen die af en toe een paar interemjobs nemen moeten dit zorgvuldig bijhouden en invullen om niet in de problemen te komen als zogenaamde zwartwerker.

Het probleem is niet zozeer het invullen van die papieren maar vooral het bekomen van de kaarten zelf zo blijkt.
Vandaag stond er in het kleine warme ACV kantoor een stuk of 20 man in een Soviet-tijdperk rij te wachten om via het onthaal een kaart op te halen voor de maand oktober.
Vlak voor me stond een jongedame die net een job als lerares had bemachtigd en haar papieren snel in orde kwam maken (ze werd afgesnauwd door de trut aan het onthaal omdat ze haar dagen niet correct had ingevuld, hoewel de juffrouw haar net had uitgelegd dat ze hulp nodig had bij het invullen omdat ze ook enkele dagen interim had gewerkt).
Achter mij stond een jonge kerel die continu kloeg over het feit dat het zo lang duurde. Achter hem stond van kop tot teen opgemaakte vrouw die op haar gsm stond te typen (waarschijnlijk aan het twitteren of weet ik veel waar ze zich zoal mee bezighouden).

Helemaal vooraan war er oponthoud. Een Oosterse migrant had een probleem met zijn papieren en de spelling van zijn naam; in plaats van hem door te sturen naar een van de 5 bureaus verderop, werd hij prompt aan de info-balie geholpen. (Problemen als dit zijn schering en inslag omdat men alles op papier doet, wat fouten veroorzaakt. Vooral Oosterse namen blijken een grote uitdaging te zijn voor het ‘informatica’-systeem van de staat,… indien men iedereen gewoon via een streepjescode en nummer zou bedienen zou er al veel ellende verdwijnen, het gaat ten slotte om steun te krijgen en niet over het feit of je nu zus of zo heet).
Je kan ook niet verwachten dat een systeem dat in de jaren tachtig werd bedacht door een paar ambtenaren anno 2010 tegen Cyrillisch alfabet bestand is.

Het duurde vijf volle minuten om een kopij te maken van de papieren van deze man (een stuk of drie in totaal) en dan nog eens twintig minuten om hem in een kruising tussen Antwerps / Frans / OCMW-engels uit te leggen dat hij naar het gemeentehuis moest gaan, waar er ongetwijfeld nog meer van dit soort ambtenaarstypes aan de infobalies ‘werken’.
Ik had medelijden met deze man, die zelfs een mooi kaftje had gekocht om zijn administratie in op orde te houden. Hij zou deze week niet meer geholpen worden vrees ik, want het naderde vier uur. Het uur waarop ons land stilvalt en de hulpbehoevenden de straatstenen moeten opzoeken.

Na exact 42 minuten in de rij staan was het mijn beurt. Ik knikte vriendelijk goeiedag (fake) en vroeg om nieuwe dopkaarten. Ik kreeg er twee en wat gebrom van de hopelijk zo snel mogelijk door computers vervangen vakbondstrut.
Ik vroeg of ik er niet meer kreeg, want anders moest ik volgende maand opnieuw aanschuiven wanneer deze binnen moest. Ze knikte “nee” en snauwde dat ze er maar twee mocht geven.
Ik ging weg en mompelde iets lelijks dat ze net niet kon verstaan.

Ik begrijp totaal niet waarom men werklozen het leven zuur maakt.
Je kan toch tegelijk een stevig, activerend en correct beleid voeren, zonder de mensen te kloten?

Je kan bijvoorbeeld jagen op profiteurs, zwartwerkers en mensen die het systeem misbruiken door te werken en te doppen tegelijk. Maar waarom zit men continue de echte gewone werklozen te pesten? Waarom mag je bijvoorbeeld geen vijf dopkaarten meenemen?
Ik zie er enkel positieve kanten aan… je hebt minder lange wachtrijen aan de vakbond wanneer je er meer dan twee geeft. Je hebt ook minder gefrustreerde mensen in diezelfde wachtrij staan, je hebt dan ook meer tijd om je bezig te houden met de werklozen die iets van hun administratie in orde willen brengen , of godbetert: om hulp te bieden aan deze mensen.
Neen, in de plaats verspeelt men belastings-, en lidgeld aan het twee-dopkaarten-per-persoon te geven. Gewoon om hun winkeltje, hun vaste job, lekker veilig te stellen. Ik stem voortaan op politici die dit soort flagrante kloterij en verspilling te lijf gaan.

Dit is een gedrag dat je bij al deze diensten ziet: zowel OCMW, RVA, Gemeente, VdaB en zeker bij vakbonden en hulpkassen: men gaat efficiëntie uit de weg, men houdt vooruitgang en vlotte bediening tegen om alles “zijn gangetje te laten gaan”. Om er voor te zorgen dat men vier, in plaats van één, iemand nodig heeft om een stempel op een papier te plaatsten en een kopij te nemen op een machine die te groot, oud en duur is.

Want men kan met dit soort volk niets anders aanvangen dan ze achter een bureau een repetitieve taak te laten uitvoeren en ze tegen elkaar laten staan lullen over hun kindjes en het verlof; want deze mensen kunnen niet beter.

Deze mensen zijn eigenlijk veredelde werklozen, die in plaats van in de werklozenstatistiek zijn opgenomen in het ambtenarenkorps. Een vaste benoeming die hen van de straat houdt en meteen ook voor zorgt dat al die brave gediplomeerde mensjes die eigenlijk altijd braaf ‘hun puntjes’ haalden op school toch èrgens terecht kunnen. Het is hun versie van een win-for-life ticket. Levenslang 1000 of 2000 euro, al naargelang wie je kent.

In een normaal open systeem zouden deze mensen liggen creperen in een goot van een grote boulevard die gebouwd werd als toegang tot een grote moderne stad; deze mensen zouden de schurftige honden zijn die wegens te incompetent gewoon bedelen om te kunnen eten.
In ons land krijgen deze mensen geld, een beetje macht, verlof en vooral veel koffie.

Ze leren niet bij, motiveren niet, hebben geen werklust en zijn ronduit laks. Ze zijn onwetend, dom, zwartgallig en werken echte vooruitgang tegen omdat ze er niets van snappen en nooit willen bijscholen. Ze zijn een blok aan het been van de vooruitgang.

Men zou net zoals bij een bankinstelling een apparaat moeten hebben dat deze kaarten verdeelt. Of nog beter: zorg ervoor dat al deze info gewoon elektronisch wordt bijgehouden.
Wanneer je dan werkt voor een interimjob en je ‘tikt’ ‘s ochtend’s in, dan haalt deze werkgever (verplicht) een soort kastje boven (zoals een bankcontact terminal) en daar bevestig je dan in dat je die dag werkt.

Geen kaarten, geen fraude en een mooie controle is dan mogelijk vanuit een centraal punt. Maar misschien wil men dat niet. Men houdt hier van papiertjes en stempeltjes en lange wachtrijen voor bureaus die bemand worden door vier-vijfde-werkende-koeien zonder hersenen.

Ik stak mijn schamele twee dopkaarten weg en besloot volgende week een reeks vakbondskantoren af te schuimen om meer dopkaarten te bemachtigen. Want ik heb tijd genoeg. Ik ga wel van kantoor tot kantoor.
Ik wil er op z’n minst tien bij elkaar krijgen zodat ik niet meer voor zoiets belachelijks moet aanschuiven. We zijn in 2009 en nog staan we in een rij aan te schuiven als een bende onnozelaars.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku