Definitie van een Vlaming

Ik ben de bullshit in deze verkiezingen rond het thema ‘Vlaming’ echt wel kotsbeu.

Vandaag op Terzake’09 werd er aan een aantal politieke kandidaten de vraag gesteld ‘wat is een Vlaming’.
Op zich is dit al een kompleet belachelijke vraag om aan politici te stellen, aangezien deze mensen in een ijzeren partijdoctrine zitten en dus enkel maar de politieke definitie kunnen geven die overeenstemt met het programma van deze partij.
Daarbij is het strikt genomen een volkskundige, wetenschappelijke vraag (iets waar de weggelachen mijnheer van het Vlaams Belang overigens volkomen gelijk in had, hij weigerde dan ook op deze crappy vraag te antwoorden.)

Een Vlaming, is alleszins een persoon die in Vlaanderen leeft,of er alleszins iets mee te maken heeft of heeft gehad. En daar begint het probleem nu net, Vlaanderen OP ZICH is een naam voor een gebied, meer niet. Het heeft geen definitie, geen eigen staat (tenzij je een federale monarchie een staat kunt noemen, ik noem het eerder een stuk braakliggend terrein waar de minderbedeelden van de buitenlandse adel de scepter mogen zwaaien in ruil voor een ruime dotatie en onschendbaarheid).

Daarbij komt nog dat een Vlaming op zich, als dat dus al bestaat, een soort opgedrongen gevoel met zich meedraagt. Het komt nooit echt van de mensen zelf uit, maar eerder opgedrongen door opvoeding of politieke kleur die men hier of daar meekreeg. Ik herinner me nog heel goed dat bepaalde leerkrachten in mijn lagere school ons Vlaamse liedjes lieten opdreunen en kunstmatig onze verbondenheid met het Vlaams gedoe wilden opkrikken, tevergeefs.

Mijn eigen definitie van een Vlaming is dan ook de volgende:

Een Vlaming is een persoon die in het Nederlandstalig gebied van België leeft, of geleefd heeft en er genoeg taalkennis en mentaliteit heeft van in zich opgenomen om te zijn zoals ‘de meeste mensen’ in dit gebied. Dit is een snel naar totale bekrompenheid evoluerend ras mensen die nauw verwant zijn met de Nederlanders, maar in tegenstelling van de Noorderburen hun lef, commerciële ingesteldheid en trots hebben verloren. De Vlaming is daarom verworden tot een egocentrische, zelfingenomen, kleingeestige, meestal katholiek opgevoede persoon, die een
valse neiging tot een eigen woning bouwen meekrijgt tijdens de opvoeding, samen met het niet tegenspreken tegen de meerderheid of ingebeelde meerderheid van de mensen. De Vlaming draagt geld blindelings naar de bankiers en verder zo snel mogelijk gesetteld wil zijn.
De Vlaming let vaak op zijn geld op de verkeerde momenten, wordt leeggestolen en uitverkocht door zijn politici, is niet echt heel slim desondanks de druk om diploma’s te behalen die vaak niets waard zijn aangezien ze door valsspelen of vriendjespolitiek worden uitgereikt aan de mensen met de meeste know-how en de oppervlakkigste mentaliteit.
De Vlaming heeft danook liefst een groot huis of villa te midden van het maniakaal
onderhouden groen in een bosrijke gemeente (daarbuiten mag alles rot en zwart zien, als de tuinen in de straat maar in orde zijn) waar er 2 of meer wagens voor de deur staan (liefst één terreinwagen) en waarbij men zich oververzekert tegen alles en nog wat om maar zeker ‘safe’ te zitten. ‘s zaterdags rijdt men het gras af, ‘s zondags dropt men de kindjes (Jonas en Marijke of van die kutnamen) snel bij de als kinderopvang dienstdoende jeugdbeweging af, om dan zelf met een laptop waar ze niks van snappen op het internet steeds dezelfde 10 sites te bezoeken aangezien het hen aan technische kennis en avonturisme ontbreekt. In de week kijkt men dan 2 uurtjes tv per dag, liefst naar polariserende programma’s om op het werk over ‘vanalles mee te kunnen praten’.

De kindjes wordt van jongsaf aan geleerd dat er bij horen het belangrijkste goed is. De Vlaming wordt bestuurd door de toffe mensen die ze kenenn van op café of van op TV, als er er maar tof uit zien. Frauderen en corrupt doen zijn zo naturel voor de Vlaming dat ze het niet eens meer opmerken, tenzij ze zelf benadeeld worden, waarna ze moord en brand schreeuwen en zich beklagen over de rotwereld waarin ze zijn terecht gekomen.
De Vlaming gelooft ook nooit iemand die de waarheid zegt, dingen voorspelt en waarschuwt voor onheil om goed te doen, de Vlaming verkettert mensen die goed willen doen, tot het te laat is, waarna men het geheugen wist en doet alsof men nooit enige waarschuwing heeft gekregen.
Verder hoort, ziet en weet de Vlaming niets in zijn of haar eigen buurt, vooral zolang dit lekker makkelijk uit komt voor zichzelf (een aangifte doen bij politie hoeft enkel wanneer het eigen huis wordt leeggeroofd). De Vlaming is een kwezelige bange gluurder die van achter het gordijntje iedereen in’t oog houdt maar verder nooit wat zal durven zeggen, tenzij in het stemhokjes, waar men dan hoopt dat een soort van misbakken heimatfacisten hen zullen verdedigen. De Vlaming is tevreden met zichzelf, de jongere generatie legt hun haar goed en geeft alle geld uit aan gsm’s en belkrediet, terwijl ze zich verder afvragen hoe ze zo snel mogenlijk de idealen kunnen nastreven die hen door een verloederd onderwijs en bekrompen ouders wordt opgelegd: even snel de school af-cheaten, daarna lekker erbij horen,
een wereldreis maken en daarna lekker snel bovenaan de ladder beginnen in een bedrijf dat dik betaald en een auto cadeau geeft. Daarna bouwe, trouwen en kindjes kopen in een land waar een beschadigde auto de voorpagina’s van de kranten haalt.
De hoofdbekommernis van de meerderheid van de Vlamingen is ‘of er niemand voor de garage geparkeerd staat’.
Vlaanderen is een illusie, van hardwerkende gekken die hun energie verspillen en elkaar niet kunnen luchten.

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku