Gastblog: VDAB en samenwerken met de privé: Alexander Calder

Klein woordje uitleg: een tijd geleden kreeg ik van een lezer van deze blog bijgevoegde getuigenis binnen. Ik zet het hier op mijn blog, gewoon om enig tegengewicht te bieden tegenover de VDAB-goeie-jongens blabla die ze op hun blogs en in de pro-regime media loslaten.
Ik krijg ook meer en meer getuigenissen binnen van mensen binnenin VDAB, maar deze ga ik op’n keer mooi bundelen en er een vervolgverhaal over schrijven.
Met dank aan de anonieme schrijven van dit mooi stukje proza (dat jammer genoeg niet tot de fictie-afdeling behoort), een getuigenis over een privéfirma die zo te zien qua gijzelen-van-werkzoekenden niet moet onderdoen voor VDAB zelf.

Dennis

De VDAB en Alexander Calder: een falen om hoogopgeleiden te begeleiden naar een job.

Mijn eerste ervaring met de VDAB en één van haar private partners, Alexander Calder, deed ik vorig jaar op. Om deze ervaring te kunnen begrijpen, moet ik eerst iets kwijt over mijn achtergrond. Ik ben historicus en leerkracht van opleiding en met die twee diploma’s is het helemaal niet eenvoudig om een vaste betrekking te vinden in het onderwijs. En het is zeker en vast geen evidentie om een vaste job te vinden met deze kwalificaties. Daarom hoop ik op een carrière in het onderwijs. De situatie daar is allesbehalve rooskleurig. De meeste leerkrachten geschiedenis hoppen van interim naar interim, van school naar school, in de hoop om na tien jaar te landen in een vaste betrekking. Velen van hen verlaten het onderwijs (1/4 van de startende leerkrachten) ook wegens een gebrek aan werkzekerheid en de mogelijkheid om een leven uit te bouwen. Ik heb de afgelopen twee schooljaren tot mijn grote spijt vaak thuis gezeten. Dat is mijn situatie en een goede vriend raadde mij aan om eens aan te kloppen bij Alexander Calder, een privaat bedrijf dat werkzoekenden intensief begeleidt naar een nieuwe job. Hoe ben ik daar nu terecht gekomen?

Vorig jaar werd ik door de VDAB opgeroepen om mij persoonlijk aan te bieden bij één van hun consulenten. Zij zou mij begeleiden bij mijn zoektocht naar een nieuwe job. Van begeleiding was er bijzonder weinig sprake, maar eerder van een grondige sociale controle. In eerste instantie vroeg zij aan mij om al mijn sollicitaties aan haar voor te leggen. Deze had ik gebundeld in de zogenaamde sollicitatie-werkmap, een map vol met afwijzingen van werkgevers. Blijkbaar wou de consulente eerst en vooral weten of ik wel bereid was om te werken. Pas nadat ze had vastgesteld dat ik geen profiteur was, ging ze over naar de effectieve begeleiding. Ze stelde vast met haar eigen ogen dat ik kon solliciteren. Mijn motivatiebrief was opgesteld in een keurig algemeen Nederlands zonder spellingsfouten en de lay-out was tiptop in orde. Ook mijn curriculum vitae mocht er zijn. Tijdens dit gesprek vermeldde ik het gesprek dat ik had gehad met mijn kameraad over Alexander Calder. Voor ik het wist, had ze de telefoon vast en belde ze lokale vestiging van Alexander Calder op om mij daar in te schrijven. De dag nadien mocht ik bij hen langs gaan om allerlei psychologische testen te ondergaan en rap en onder een grote groepsdruk een contract ondertekenen. Ik hing voor bijna negen maand vast aan Alexander Calder. Dat was het begin van negen maand durende hel die ik hier in enig detail wil bespreken.

Ik zou een essay van dertig bladzijden kunnen schrijven over de wantoestanden bij Alexander Calder. Dat is natuurlijk te lang en daarom lijkt het mij aangewezen om mijn kritieken, mijn misnoegen en mijn frustraties punt per punt te behandelen.

Ten eerste moet er gewezen op de natuur van dit bedrijf. Alexander Calder is een privaat bedrijf dat werkzoekenden (werklozen bestaan niet meer in de hedendaagse actieve welvaartsstaat) begeleidt naar een job. Normaal gezien is het de VDAB, een staatsinstelling, die deze categorie van burgers, moet begeleiden. Tien jaar geleden, onder de paarse regering, heeft men beslist om deze belangrijke staatsactiviteit te privatiseren. Vandaag de dag zijn er tientallen private instellingen actief in Vlaanderen die werkzoekenden begeleiden naar werk. Alexander Calder is daar slechts één van. Ik heb vooral politieke problemen met het feit dat deze bedrijven winst maken op de kap van werkzoekenden. Het gaat hier om een fundamenteel ethisch punt: winst maken op de kap van zwakkeren is een praktijk die niet thuishoort in een moderne beschaafde samenleving. Daarbij wil ik ook nog even vermelden dat de VDAB wel degelijk beschikt over de expertise om werkzoekenden te begeleiden. Deze expertise kunnen ze niet meer aanwenden. Daarover bestaat er binnen de VDAB ook heel wat frustratie over.

Mijn tweede punt sluit nauw aan bij het eerste punt. Private bedrijven zoals Alexander Calder worden gesubsidieerd met het geld van de werkende burger. Dit systeem van subsidies is allesbehalve transparant en kan gemakkelijk misbruikt worden. Er is bijzonder weinig informatie beschikbaar over dit systeem. Maar mijn ervaring leert dat het systeem ongeveer als volgt in elkaar steekt: per werkzoekende die Alexander Calder begeleidt, krijgt ze een subsidie. Er wordt ook een bonus uitgekeerd als ze een werkzoekende begeleiden naar werk. Maar hoe bewijst Alexander Calder dat door hun inspanningen er een werkzoekende minder is? Laat ik dit even illustreren aan de hand van mijn voorbeeld. Mijn traject begon vorig jaar in september. Begin november had ik eindelijk een interim in Brusselse school. Er bestond geen enkel verband tussen de inspanningen van Alexander Calder en het feit dat ik plots voor een korte periode een job had in het onderwijs. Ik had gewoon het juiste profiel en werd opgebeld door de directeur van die school. Toch kan Alexander Calder dit verkopen aan de Vlaamse staat dat zij mij aan job hebben geholpen en kunnen ze dus deze bonus incasseren. Tijdens mijn traject is dit zelfs tweemaal voorgevallen.

Ten derde wil ik het ook even hebben over de geleverde kwaliteit van het werk van Alexander Calder. In mijn geval kan dat alleen maar omschreven worden als zwaar ondermaats. Ook deze klacht is vrij complex en daarom splits ik hem op in de volgende problemen: differentiatie, de sociale controle, de kwaliteit van de workshops en de individuele begeleiding.

Differentiatie: Er werd mij in het begin verteld dat de groepen gedifferentieerd zouden worden op basis van niveau. In de realiteit kwam ik terecht in een groep van mensen die vrij laag opgeleid waren (arbeiders, kapsters, jongeren die hun middelbaar niet hebben afgewerkt) Het meest frappante voorbeeld daarvan is een vrouw met een doctoraat die zat in een groep met vooral arbeiders. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen problemen met mensen die laag opgeleid zijn. De meest van hen waren vriendelijke en joviale mensen die bereid waren om te luisteren naar jouw verhaal. 

Maar je kan niet ontkennen dat er een fundamenteel niveauverschil bestaat tussen mensen met een masterdiploma en mensen met een BS0-diploma. Sommige van mijn collega’s hadden nog nooit een computer van dichtbij gezien. Ze wisten niet hoe ze het programma word moesten openen, hoe ze een brief moesten schrijven en hoe ze een e- mailadres moesten aanmaken. En dan begin ik nog niet over de vele spellingsfouten (“afgestudeert” in de plaats van “afgestuurd”, “traituur” in de plaats van “traiteur”.) die ik mocht opsporen. Ik voelde mij vaak gewoon een werknemer van Alexander Calder in de plaats van een werkzoekende die begeleid werd naar werk.

De sociale controle: Een dag bij Alexander Calder vertoonde een vast patroon. We moesten stipt aanwezig zijn om negen uur. Indien we een kwartier te laat waren, werd dit beschouwd als een ernstig overtreding. Dan waren we officieel afwezig en kon dit gemeld worden aan de VDAB die op zijn beurt dit kon overmaken aan de RVA die eventueel sancties kon nemen. Het eerste uur van dag zaten we samen aan een tafel waarbij iedere werkzoekende moest vertellen hoeveel sollicitaties hij of zij had gedaan in de afgelopen week. Mensen die veel hadden gesolliciteerd, werden geprezen en zij die weinig hadden gesolliciteerd in de ogen van de begeleider, kreeg bij wijze van spreken een veeg uit de pan. De werkbereidheid van een werkzoekende werd trouwens herleid tot het aantal sollicitaties die hij of zij had verricht. Dat is natuurlijke klinkklare onzin die gemakkelijk weerlegd kan worden. Bepaalde werkzoekenden zitten in een heel specifieke branche waar er weinig vacatures verschijnen. Als er dan één verschijnt, zijn ze wel als de kippen bij om te solliciteren. Ook zij zijn gemotiveerd om werk te vinden. 

Alle sollicitaties moesten ook genoteerd worden op de befaamde sporenkaart. Indien de RVA een werkzoekende opriep, kon hij aan deze staatsinstelling gemakkelijk bewijzen dat hij weldegelijk vaak genoeg solliciteerde en dus recht had op een uitkering. Dit brengt mij bij het belangrijkste punt: de vernederende sociale controle. Op zich heb ik ook niets tegen sociale controle. Sociale controle zorgt ervoor dat mensen zich beheersen. Het is met andere woorden productief en maakt ons tot wie we zijn. Maar niet alle vormen van sociale controle zijn echter even productief. De sociale controle bij Alexander Calder kwam neer op het bekampen van het stigma van het profitariaat, een mythe die heel sterk leeft onder de bevolking. Verschillende sociologen hebben echter al duidelijk bewezen dat het profitariaat een mythe is. Het merendeel van de werkzoekenden wil weldegelijk werken, maar vaak krijgen ze de kans niet omwille van verschillende factoren: een slechte economische conjunctuur, een gebrek aan werk of een enorme competitie onder werkzoekenden Deze mythe wordt vaak opnieuw gemobiliseerd door rechtse partijen zoals Open-VLD en N-VA om het beleid ten aanzien van werklozen te verstrengen. Maar ik wijk af. Laat ik terugkeren naar het sociaal stigma dat leefde bij Alexander Calder. Er heerste daar een sfeer van wantrouwen ten aanzien van de werkzoekenden. Wij moesten alles bewijzen op papier. Ze geloofden ons niet op ons woord als wij hadden gesolliciteerd voor een bepaald job. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat vele werkzoekenden er niet naar uit keken om opnieuw een dag je broek te verslijten bij Alexander Calder.

De kwaliteit van de workshops: Na het overlopen van de sollicitaties van de afgelopen week kregen we ook workshops. Die gingen over diverse thema’s gaande van het sollicitatiegesprek, de motivatiebrief tot het CV. De meeste daarvan waren voor mij onzinnig. Ik wist hoe ik een CV moest opstellen, hoe ik een motivatiebrief moet schrijven en hoe ik een gesprek moet een werkgever moest voeren. Ja, ik weet dat ik deftige kledij moet aantrekken voor een gesprek en dat ik niet mag stinken. Voor de laaggeschoolden was dit misschien wel af en toe nuttig. Maar ik zat mij daar meestal oneindig te vervelen. De lesgever was wel gemotiveerd en vanuit pedagogisch staken bepaalde zaken wel goed in elkaar. Hij doceerde niet, maar ging openlijk in gesprek met ons. Dit leidde er wel toe dat we heel vaak afweken van het onderwerp. De meeste van die workshops waren gewoon gezellige babbels tussen de lesgever en de werkzoekenden. In de namiddag werden we geleid naar de computerzaal waar we moesten solliciteren. Van begeleiding was geen sprake meer. Dat op zich verantwoordt de volgende boute stellingen: eigenlijk kan Alexander Calder samengevat worden als een dure vorm van kleuterbegeleiding van werkzoekenden die gefinancierd wordt door het belastinggeld van de werkende burger. 

De individuele begeleiding: Alexander Calder gaat er ook prat op dat werkzoekenden bij hen geen nummer zijn. We zijn werkzoekende met een eigen verhaald en dat vergt een individuele begeleiding. Er werd daarom ook individuele begeleiding voorzien. Om de vier weken werd er een persoonlijk gesprek voorzien tussen de werkzoekende en de begeleider. Op dat moment gingen er ook geen workshops door. Dat gesprek was meestal een gezellige klets tussen de werkzoekende en de begeleider. Vaak ging het over ons privéleven en af en toe kregen we een belachelijke tip. (“Je moet breder zoeken.” “Solliciteer niet enkel voor het onderwijs.”) Alsof ik dat soort van zaken niet wist.
Het toppunt van de individuele begeleiding was wel de mail die iedere werkzoekende iedere week kreeg van Alexander Calder. De mail heette de persoonlijke selectie van Alexander Calder. Dat klinkt goed. Op basis van ons persoonlijk profiel werden er vacatures naar ons doorgestuurd. Wat een prachtige wereld! In werkelijkheid was dit een grote farce. In de negen maand die ik vertoefde bij Alexander Calder, heb ik ooit een vacature ontvangen die bij mij paste. Deze kritiek is trouwens ook van toepassing op de VDAB. Ook zij versturen nog geregeld mails met zogenaamde geschikte vacatures. Onlangs werd ik nog door hen gecontacteerd om te solliciteren voor een vacature bij een hogeschool. Het ging om een job als docent in een bepaalde discipline waarvan ik nog nooit had gehoord. Van ons wordt er dan ook verwacht dat we daarvoor solliciteren. Ik dacht het niet. In iedere mail wordt er ook nog eens duidelijk vermeld dat we moeten solliciteren als we onze uitkering willen behouden. 

Ik ben nu eindelijk verlost van Alexander Calder. Na de zoveelste interim in het onderwijs werd het voor hen ook duidelijk dat ik daar weinig te zoeken had. Ze hebben mijn contract afgesloten en hebben mij laten gaan. Daarmee kwam er een einde aan absurd verhaal zoals alleen een Kafka het kan beschrijven. De belangrijkste conclusie lijkt me de volgende te zijn: wetenschappelijk onderzoek in Nederland heeft onomstotelijke aangetoond dat de zware disciplinerende sociale controle via deze programma’s niet werken. Er zijn via deze programma’s niet minder werklozen. Dan lijkt het mij zinloos dat de Vlaamse overheid miljoenen euro’s verspilt aan deze programma’s. Deze miljoenen kunnen evengoed gebruikt worden om minder te besparen en ervoor te zorgen dat burgers hun job niet verliezen.

door: Anoniem  –  Oktober 2015 

Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku

Een gedachte over “Gastblog: VDAB en samenwerken met de privé: Alexander Calder”

Reageren niet meer mogelijk.