geen titel

Een weekend is pas goed als het ten eerste een weekend is, en niet gewoon een zaterdag en zondag die elkaar opvolgen en zich verder niet onderschieden van de rest van de soep die de week voorstelt. Je bent bijgevolg iemand met een doel, een doel dat je niet graag verwezenlijkt ziet, tenzij bij toeval. En dat weekend is een aaneenschakeling van lachende gezichten, rare belichting, one-liners, rake opmerkingen, gemorste drank, geld, vruchtbare gesprekken over tequila, het verlichten van een ziel en de dikte van de schuif onderaan een vogelkooi. Ik kotste ergens en ik weet niet waar, we hebben een overdreven negativistische gothic-cd op de Bredabaan tegen een winkelruit gesmeten om 4 uur ‘s ochtends, en ik lachte luid terwijl ik andermans auto rondreed tegen overdreven snelheid. “Ge weet toch dat hier camera’s staan?” “Nee, ik ben nuchter”
Later werd er een konijn doodgereden. En we hebben waarschijnlijk een ander konijn gelukkig gemaakt, want dat mag ook wel eens gezegd worden: konijnen haten elkaar soms ook als ze te veel gangen hebben moeten graven samen. Het is zoals in een kotje zitten heel de dag met mensen die geen mensen zijn maar taak-uitvoerende objecten waarbij het enkel gaat om de uren, en de momenten. Alles is een vage droom waarin mensen rondlopen die niet tegen gewelddaige filmbeelden kunnen, geen hoektanden kunnen verdragen omdat ze dan flashbacks krijgen naar hun eigen slecht afgelopen role playing games, of mensen waarbij een fruit- en groentenboterham het einde is van hun smakgeluiden.
Ik hoor en voel m’n hart kloppen op momenten dat dat niet hoeft, luid en pijnlijk. En ik denk dat ik ga doodvallen dan… wat jammer zou zijn,… op m’n grafsteen moet staan ‘hij leerde z’n volk… kennen’. Maar m’n familie heeft hier geen geld voor.
Ik heb hoegaarden, witte wijn, rode wijn, smirnoff ice, Caipirovska’s en JB-cola dooreen zitten zuipen, en ik bedenk me opeens dat het meisje met de blauwe broek uit Brasschaat komt, en dat ik die nog ken ook, maar ik kan er niet bij, want haar vriend is een rare. En buiten verkopen ze hamburgers au bain marrie. Ik ben altijd al een fan geweest van dit soort leven,… maar ik wil het niet meer doen op deze manier, want ik wil weg. En niemand kan me helpen, want ze zijn te rationneel. Ik moet vluchten naar een streek waar de vdab de mensen met rust laat… en waar ik een buur heb die drinkt. Ik hou niet van huisdieren, dus dat scheelt in de kosten.
M’n wagen is binnen en ik heb honger. Er knaagt iets aan me en dat is niet tof. De wereld is een toverbal moest ik vroeger zingen in de klas. En ik geloofde het toen niet. Maar die mensen hadden gelijk,… die mensen wisten niets van het leven, en toch konden ze vermoeden dat het allemaal een toverbal was. Waarschijnlijk doen ze in het geniept wat ze niet mogen. (zoals naar de mp3 zoeken van bovenvermeld liedje op deze site 🙂

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku