lekker netwerken?

Tot een paar jaar terug hield ik allerlei contacten. 
Websites, facebook, e-mail en vooral het toen net opkomende Linkedin.

Al deze hulpmiddelen in het online-contact-houden-met-mensen-wiens-naam-ik-anders-zou-kwijt-zijn-na-een-week, zijn allemaal heel cool en trendy, maar het nieuwe is er nogal snel af. 
Wanneer je op een bedrijf werkt waar driekwart van de werknemers al op dingen als Linkedin zit is het na een paar weken niet meer bij te houden… continu de updates en de zever over waar ze werken, welke titel ze nu weer gekregen hebben, tot het verkrijgen van een nieuwe vergoeding voor een firmawagen toe.
Er komt dan ook nog eens bij dat ex-collega’s van collega’s je ook kunnen terugvinden, en zo gebeurt het meermaals dat je dan opeens mensen die je absoluut nooit wilde terugzien op je lijst contacten te zien krijgt.
Akkoord, je  kan al die shit dichtsmijten met de nodige beveiligde privacy-instellingen, maar op de lange duur stond enkel die ene collega waar ik een oogje op had er nog in.  Het viel op.

En toen kwam de crisis.  Een crisis die ik alleen schijn te voelen afgaand op de mensen van de branche die ik tot mijn vrienden beschouwde.  “De branche” waarin ik werk(te) -niet het maken van frisse groentensoep moest u het nog niet begrepen hebben- is een sector waarin het ‘posen’ en imago opbouwen hoog in het vaandel worden gevoerd.
Ik weet dat een aantal van mijn ex-collega’s en vrienden het momenteel niet al te best doen, maar toch blijft men de schijn hoog houden.  De e-mails, reminders, tweets, faceboekbrol vliegen je al snel rond de oren. Vooral Linkedin mededelingen waar dingen in staan die me ernstig doen twijfelen over hoe ik ooit zelf zo heb kunnen zijn, blijken me nog het meest te raken.
Hoe heb ik zo kunnen opgaan in een sector waar alles uit lucht en imago blijkt te bestaan? 

Linkedin is een pest op dat punt.  Een dienst die er prat op gaat om mensen met elkaar te linken op een “professionele” manier.  Een soort facebook waar ik al sinds het ontstaan bij zit (dus niet uit modegril in 2008 er bij gekomen) en waar je dan personen waar je mee hebt samengewerkt kan aanraden, punten geven als het ware, contacten kan mee delen. 

Het gaat dan zo: Mijnheer Sinaasvreter zegt dan op zijn Linkedin dat hij een perfecte collega ziet in Mevrouw Krabbenmand en haar onderdanige lakei Mijnheer AlfaRomeo (een bijnaam die hij kreeg na het schaamteloos copuleren op de motorkap van een auto van het genoemde merk).
Sinaas voegt er dan een mini-recensie aan toe waaruit de trouw, professionaliteit, stiptheid *kuch* en correctheid van de twee anderen zou moeten blijken (alsof ik Mr Sinaasvreter zou vertrouwen over zulks, ik heb hem zelf van school weten komen met een das van zijn vader, smekend om een job waar hij niet te veel Frans moest ‘klappeh”).

In tegenstelling tot deze persoonsrecenssenten heb er namelijk in het echt ook effectief mee samen moeten werken, zijn inzicht in het presteren van andere personen is even sterk ontwikkeld dan het boomklimmen bij zwarte neushoorns.
De man kwettert er echter op los op dat vervloekte Linkedin.  Bij elke varandering der onderbroek of titel binnen de flutfirma moet iedereen in zijn sociale pissing ground het weten. 
Een gedrag waar ik zelfs in de hoogdagen van mijn job nooit aan mee heb gedaan.  Ik zie mezelf niet zo gauw iets mega-positiefs schrijven over collega’s waar ik noodgedwongen mee heb moeten samenwerken.
Je bent algauw een pathetische leugenaar die opvalt door zijn onjuiste beoordelingen van andere personeelsleden (“Ik vond Mr. Serialkillahr toch echt een toffe peer, tot hij al die meisjes afslachtte, ik ben blij dat ik jaren met hem heb mogen samenwerken in een professionle sfeer vol vertrouwen.” )Ofwel verval je dan in schaamtevolle kontlikkerij. (“Mr. TopRat was zo’n toffe kerel om mee samen te werken, vooral onze middagpauzes en het giftige geroddel van hem zijn me bijgebleven, alsook zijn voorliefde voor blonde secretaresses.”)

Nu ik een werkloze ben klinkt al die Linkedin, Facebook en andere social-network onzin verder en verder weg.  Ijle stemmetjes van mensen in een luchtige wereld.
Misschien is de marginaliteit van al dit gedoe die me stoort, of mijn eigen ‘outsider’ gevoel. 
Neen, toch maar niet. Zitten bedelen voor een online complimentje van oude cubicle-buddies, om in de gunst te komen van nette pakken op een ander bedrijf.  Die dan op hun beurt ook weer onder de indruk zouden moeten zijn van je sociale netwerk-capabilities en je meteen een coole insider moeten vinden,… en daar hangt het prijskaartje, blitze laptop en auto aan vast. Of toch, dat is wat al die linkedinlikkers hopen. 
Da’s wat ze denken wanneer ze me een bericht sturen met hun nieuwe contacten en titels. 
Ik heb me danook hernoemd naar iets in de trend van “de paashaas” op Linkedin.  Met als meest recente jobtitel: “eitjes brengen”. 
Misschien dat ze me zo herinneren ooit. 
Want ‘dat doè je toch niet’ op een sociale netwerksite die zich richt op een professioneel publiek?

Toch wel.  Beter dan “werkloos en hopeloos op zoek” te plaatsen aldaar, want dan blijkt er opeens niemand meer sociaal te willen doen op zulke sites.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku