Lekker skiën

Ik heb leren skiën toen ik een jaar of 5-6 was. Mijn ouders vonden het prettig om samen met mij een sport te beoefenen, een die ik ook uit mezelf graag deed.
Na allelei andere dingen te hebben geprobeerd de jaren daarna bleef skiën lange tijd zowat de enige sport die me kon boeien.

Het vrijheidsgevoel tijdens het zorgeloos, gedreven, door eigen technisch kunnen naar beneden komen van een besneeuwde bergtop is een gevoel dat niet veel sporten je kunnen geven. Neem bijvoorbeeld zwemmen, waar je terwijl er allerlei perverten aan de raam staan te staren, door een van chloor doordrengd bad klieft hopend om geen pleistertje tegen te komen met rode smurrie in. Of nog erger: voetballen. Waarbij je tussen een bende opgefokte talentloze mensen moet staan doen alsof je het het leuk vind om voor rotte vis te worden uitgescholden negentig minuten lang. Om dan, wannaar je even niet oplet, je benen overgestampt te krijgen in deze “toffe ploegsport”.
Ik hou niet van ploegsporten. Ploegen zijn er alleen maar om een zekere rangorde te doen ontstaan tussen mensen die verder toch niet weten wat aan te vangen of geen binding met elkaar zouden hoeven te hebben.

Skiën was dus al gauw mijn favoriete sport. Niet alleen kon ik er uren mee doorgaan, op kunstpiste of in de echte sneeuw, maar ik vond er ook een zeker evenwicht in met mezelf, een rust. Je leert elke spier te benutten, je wordt wendbaar en wanneer je veel oefent kan je danook sierlijk en technisch perfect naar beneden komen waaruit je op zich al heel wat voldoening haalt.

Ik spreek echter in de verleden tijd. Skiën dezer dagen, is een echte hel geworden. Door de tijdsdruk die overal heerst zie ik me meer en meer genoodzaakt het beoefenen van mijn favoriete sport uit te stellen tot de vakantieperiodes. In de echte sneeuw.
Een daar wringt’m het skibotje nu net.

NAdat ik de laatste keer naar een skigebied ging met enkele vrienden besloot ik niet meer te gaan.
Met spijt in het hart moest ik me gewonnen geven aan de schare ‘sneewuliefhebbers’ die deze skigebieden bezoedelen.
Begrijp me goed, ik heb niets tegen skiërs op zich. Ik ben er zelf één. Ik heb echter wel iets tegen mensen die skiën aangrijpen om ‘lekkeej geshellich’ te gaan zuipen, vreten, feesten en rondroepen in alpendorpjes waar ze beter weg zouden blijven. Het soort mensen die er sind de mondialisering van deze sport bij hangen… om er bij te hangen.
Deze mensen maken naar mijn mening tegenwoordig trouwens de meerderheid uit van wat je zoal op skipistes (en daarbuiten) tegenkomt).

Een sport die vroeger voorbehouden was voor de ietwat meer bemiddelde mensen is nu toegankelijk geworden voor dikke frituuruitbaters, cafégangers, mensen die verzekeringen verkopen aan de telefoon en werklozen die af en toe wat bijverdienden in het zwart. Voor mijn part mogen al deze mensen best gaan skiën uiteraard. Daar bedoel ik mee: het beoefenen van de sport. Net zoals ikzelf, hebben ze het volste recht om op latten te gaan staan, lessen te volgen en in een winters gebied van een berg naar beneden te glijden en lol te hebben. Geen probleem.
Maar dat is niet wat er gebeurd in deze, vooral Franse oorden.

Wat er gebeurd is niet skiën, maar het beletten dat mensen die wìllen skiën daar nog toe in staat zijn door de hele zooi te verstroppen, verzieken en te verpesten.
Deze mensen, of laat ik ze voor de gemakkelijkheid, de Krokus-skiërs noemen (familie van de zondagrijders en de salontoerist), staan meestal midden op de pistes foto’s te nemen met hun Sony cameraatjes en dergelijke meer.
Krokus-skiërs zijn diezelfde mensen die wanneer de Kerst, Nieuwjaarsshit gedaan is, en de solden ook op z’n einde loopt nog snel naar de Décathlon gaan. Om daar met hun verkregen eindejaarspremie (of wat daar van over blijft na de solden) voor enkele briefjes van vijftig euro wat skimateriaal gaan kopen, om daarna in zeven haasten op een bus te kruipen afgehuurd door hun vroegere studentenclub of zaalsportvereniging.
Alwaar ze dan beladen met allerlei alcoholische dranken het maximum uit hun vakantie willen halen, (sommigen zijn zelfs zatter dan de chauffeurs die zulke dodenbussen de Alpen tracten over te loodsen zonder in een ravijn te rijden).
Deze troepen wilde beesten, moesten ze levend aankomen op de bestemming, worden in kleine dorpjes losgelaten die meestal al jaren verkloot zijn door de generaties toeristen die er overheenwalsen.
Deze Krokus-skiërs staan dan van ‘s middags al aan de aprés-ski bars, te pochen over hoe goed ze al wel kunnen skiën (op een blauwe piste die de lokale bevolking jaar na jaar makkelijker moet maken en heraanleggen om geen al te gore ongelukken en bloedverlies te zien gebeuren).
U kent ze wel, als ervaren skiër kom je na een lange tocht langsheen het halve skigebied aan in een berghutje aan een skilift, en daar staan ze dan. Vaak met hun broek half aan, hun trui ergens op een stoel van een terras waar ze al lang niet meer zitten (maar wel bezet willen houden), leunend aanbrallend tegen de jongedame achter de toog die ze denken te kunnen versieren.
Wanneer ik zatte Nederlanders zou willen zien, dan ga ik wel naar de Grote Markt in Antwerpen of ga ik wel naar Center parks.

Dan heb ik het nog over de minst gevaarlijke van deze Krokus-skiërs: diegenen die in een bar blijven plakken. Deze zijn tenminste van de pists af. Er zijn er anderen.
Deze anderen zijn hoofdzakelijk mensen die zo weinig besef en feeling hebben met de originele oorsprong van deze sport dat ze als levende obstakels heen en weer zwalpen, de liften niet kunnen nemen, de boel blokkeren en nooit geleerd hebben bochten te nemen (want dat verkopen ze niet in den Decathlon voor twintig euro natuurlijk) zodat ze halfdronken in het midden van de piste gaan zitten uitblazen terwijl ze de natuur overzien. Of wat daar van overblijft in een land dat hun bergebieden vrijwillig laat annexeren door toeristen met geldingsdrang.
Hier hoort trouwens de anekdote bij van de hollandse uitbater van een Oostenrijkse frituur (als er al zoiets moet bestaan), die terwijl ik even wilde uitrusten van een dag lang skiën, met zijn leverancier belde en vleeskroketten bestelde met 2% vlees, omdat het toch maar voor in de bar te serveren was.

Ik heb zelf meermaals nipt een ongeluk kunnen vermijden wanneer ik tegen redelijke snelheid naar beneden kwam en in de regio belandde waar er meestal dit soort Krokus-skiërs stonden. Namelijk de blauwe pistes, beneden waar de drankkramen staan. Ze staan er maar wat bij, niet beseffend dat ze KEI hard in de weg staan. Druk bellend, joelend en vooral met alles bezig behalve de sport die ze ter plekke zouden moeten beoefenen.
Het kan dan ook niet verbazen dat er elk jaar opnieuw melding wordt gemaakt van meer ongelukken op de wintersporten. Het zijn ook geen wintersporten meer, maar verkapte zuipwedstrijden en beschutte werkplaatsen-on-ice. De mensen zijn nauwelijks aangekleed, hebben niks techniek en beseffen niet eens dat ze eventueel aan de weergrillen zijn overgeleverd. (Zoals die man die in Oostenrijk op een berg stond te klagen tegen zijn vrouw dat het er te hard waaide. )

Zulke mensen verdienen het om af en toe eens een skiër tegen duizelingwekkende snelheid op het vege lijf te voelen landen. Maar dat is dus net de reden dat ik niet meer op wintersport ga. Het risico dat ik een van deze minkukels eens, samen met mij, in het ziekenhuis doe belanden is enorm. En dan heb ik het wijselijk nog niet over snowboarders. Een soort mensen die, wanneer het even kan, liefst in groep midden op de piste jointjes liggen te blowen terwijl ze “genieten” van het uizicht.
Dat kan je thuis toch ook?! Daar bestaan hele mooie DVD’s over! Je staat verdomme op een BERG. Vol met SNEEUW. Ski, of board dan naar beneden, zoals het hoort!
Met je auto ga je toch ook niet midden op de ring van Brussel dwars parkeren om naar de vliegtuigjes te kijken die vanop Zaventem vertrekken, terwijl je een fles jenever leegdrinkt met een iPod in je oren? Blijkbaar kan dat allemaal wel wanneer je op een skipiste staat… want dan zijn we hip, vet, cool, in the zone.

Weer een pleziertje dat de horde van ‘de meeste mensen’ zich heeft eigen gemaakt dus, zodat de mensen die er echt voor de sport naartoe gingen meer en meer weg blijven.
Men kan in de media nog vaker berichten geven nu, over de kosten van het repatriëren van al die Krokus-skiërs,… wij zullen wel betalen, en er wijselijk wegblijven want het is toch verpest. Moge zo nog veel smeltende sneeuw zien en lang aanschuiven in hun tot bunkerachtige eetkazernes omgebouwde blokhutten.

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku