November is te laat

Het was deze maand weer zover. De uitbetalingsinstelling, in mijn geval de vakbond genaamd ACV, had het opnieuw klaargespeeld om de verwerking van mijn dopkaart en de resulterende uitbetaling er langer dan normaal over te laten doen. Niet toevallig viel de eerste van de maand op een feestdag deze keer met daarbovenop nog een week herfstvakantie (of hoe noemt die verlof begin november ook al weer waar men naar ondingen als de boekenbeurs loopt met snotterige kinderen in pousettes terwijl ze op jacht gaan naar handtekeningen van ex-journalisten die hun graantje willen meepikken in het shnabbel-circuit, ook wel ‘de literaire wereld in Vlaanderen’ genoemd).

Het is ook vrij lastig om als dopper te weten te komen of je geld gestort is of niet. Je doet eerst je ingevulde C3A controlekaart binnen zoals elke brave werkloze, waarna je in een soort zwart gat valt, zonder nieuws, zonder enige manier van kennisname over de te storten gelden. Je moet dus gewoon afwachten, iets waar werklozen goed in zijn. Intussen loopt er potentieel vanalles mis met dat administratieve vod.
Zo drop ik mijn dopkaart meestal in de brievenbus bij het ACV, een brievenbus die net tussen twee drankgelegenheden in ligt en dus vrij vaak als openbaar toilet wordt gebruikt. Ik heb echter weinig keuze. De reden dat ik het daar in de bus schuif heeft vooral te maken met de bekrompen openingsuren van de vakbondskantoren, dat, gecombineerd met de stank en de onhygiënische wachtzaal waar je normaal zou moeten wachten, geeft de doorslag om de vrij riskante weg te kiezen.
Je kan ze ook afgeven aan een vakbondmedewerker, al kost dit enorm veel tijd en frustratie. Je kan ze ook in een bakje leggen dat hiervoor klaarstaat achter in hun kantoor. Wanneer het kantoor open is, is dat ook de beste oplossing, helaas zijn de openingsuren vrij minimaal.

Anno 2009 is het nog altijd zo dat je met een kartonnen kaartje en een stempel moet bewijzen dat je werkloos bent, en daar zit nu net het probleem. Dat kartonnen kaartje kan dus veel rare dingen meemaken tussen het moment dat je het binnengooit en het ogenblik dat je je centen ontvangt. Zo kan je de pech hebben dat er net een stagiaire of niet-zo-snuggere medewerker van de vakbond een slechte dag had en je kaart, samen met die van een stuk of vijftig lotgenoten, in een schuif laat liggen. Je kan ook meemaken dat de vakantie die je aanduidde op de kaart (met een V van ‘Vuile dopper’) nog moet verwerkt worden door een aparte dienst, deze dienst, zo zal je zien, is dan meestal zèlf met verlof, waardoor je nog langer naar je geld kan fluiten.

Wat ik niet begrijp is dat de RVA niet gewoon zèlf deze gelden stort op de rekeningnummers van de opgegeven werklozen. Laat ons zeggen dat de administratieve kant nog kan behandeld worden, indien gewenst, door de vakbonden maar dat de eigenlijke uitbetaling gewoon rechtstreeks gebeurd.
Met terug te krijgen belastinggelden gebeurd dit toch ook rechtsreeks niet? Op deze manier kan de RVA beter contorolleren wie er wat wanneer ontvangt, en kan de vakbond zich op de taken richten waar ze voor in het leven geroepen zijn. Namelijk het redden van arbeiders uit de klauwen van boosaardige weverijen, het in brand steken van autobanden onder het luid bespelen van groene of rode fluitjes en het rechtzaken aanspannen tegen bazen die secretaresses lastig vallen tijdens de koffiepauze.
Het uitbetalen van dopgeld is volgens mij een taak van de staat en haar sociaal vangnet, niet van een boel verzuilde administratie die nauwelijks bereikbaar is en ondertussen verzuipt in het papierwerk.


Gepubliceerd via http://dagboekvaneendopper.blogspot.com/

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku