over werk

“Overwerk je niet hé”, zei een van de laatstbijgekomen testers toen hij voorbij m’n bureau ging en naar buiten wandelde rond 6 uur.
“Veel success”, antwoordde ik instinctief.
Het is normaal niet m’n gewoonte om hier zo laat nog te zitten. Normaal bolt iedereen het hier af tussen 4 en 5, op een paar over-competitieve mensen na. Ik hoorde bij geen van beide groepen vandaag eigenlijk. Als ik echt heel eerlijk ben bestond m’n taak vandaag inderdaad uit niet veel zaaks. Ik heb een minute soep Tandori gegeten, waar ik het zuur van kreeg, dan heb ik speculaasjes gegeten, waar ik dan ook het zuur van kreeg, en ditalles heb ik dan doorgespoeld met Tonic. Waar ik het zuur mee uitkreeg blijkbaar. De rest bestond uit het nakijken en ‘frullen’ aan een nutteloos document. Ik heb het deze morrgend uitgechecked uit onze document management registratie, en zonet terug ingechecked. Op deze manier is het een hele poos officiëel door m’n handen gegaan en heb ik er recht op om weer een paar uren voor project ‘craphopper’ te hebben gewerkt.
Daarna kwam project ‘flop-wizard’ waarbij ik screenshots heb gemaakt en in een even nutteloos word-document heb geplakt om de word-document-fetishisten een stijve te geven.

Ik heb daarna gaan eten en naar ongeloofelijke saaie verhalen geluisterd die ik allemaal al 20 keer heb gehoord, en waarvan ik u een samenvatting wil geven:
De vakantie-verhalen (let er ook op dat het woord vakantie door deze mensen als “vàkàntsi” wordt uitgesproken)
1) Het verhaal van de collega die in nen taxi met z’n wijf zit in
Maghamagha soewhere, en de taxi hun naar een ander restaurant reed dan dat ze hadden gezegd, omdat’m die eigenaar blijkbaar kende, en waar ze dan een uur hebben moeten argumenteren om terug weg te geraken) en waar de pointe van het verhaal was dat men een live band die voor muziek zorgde bij het binnenkomen,niet meer speelde toen ze buitengingen.
2) het verhaal van de kamelentocht waar te weinig kamelen waren en
waar 2 dikke toeristen op een enkele kameel werden gehesen en nog extra moesten
betalen ook, en waarbij ze een tulbant moesten dragen tegen hun goesting
3) de tunesische reis waarbij ze op een buske rond het centrum
werden gereden van een stad tegen schandalige prijzen en waar ze de stad zelf niet
konden zien eigenlijk en zich geneerden om met 2 koppels samen in een koets te worden geduwd
4) de saaie verhaaltjes over opdringerige verkopers in Thailand op een
of ander toeristisch plein waarbij je moest afpingelen (oh neen maar af-pin-gelen!
oeioei) om “een taxi achtig fietske” te nemen)
5) Het verhaal van de handdoeken en strandparaplu-oorlog op de
Dominicaanse rep.
Dit om maar even te illustreren dat m’n middagmaal niet echt smaakte met al deze uitermate interessante verhaaltjes…

De jongen die buiten wandelde dus. Korte beschrijving: nerd-kapsel dat een wasbeurt niet zou overleven, ruitjeshemd, dikke brilglazen, Verhofstadt-tanden, wiskundige manier van denken, draagt een winterbroek in de zomer, witte sokken… trots op z’n diploma van ingnieur waarvan z’n familie waarshcijnlijk op elke nieuwjaarsbijeenkomst zegt: “Ziedis wa ne grote jonge dat’m al is…ooh, en hij is einzjenjeur zenne!” terwijl ze over z’n vettig haar wrijven alvorens zich dood te zuipen aan de slechte Spaanse wijn die hun bomma heeft meegenomen uit hun overwinteringsdorp waarna het aftellen naar een nieuw jaar vol glorie en roem kan beginnen.
Die jongen dus, die had gelijk in feite.

De ietwat gedurfde steek onder water die hij me trachtte te geven, wilde zoveel zeggen als: “Ik heb hier vandaag hard gewerkt en gij doet hier geen zak, en ik heb u door.” Het is dat soort sluipend gif dat een firma als deze nodig heeft, het jeugdig enthousiasme waarbij iemand het echt niet pikt dat er iemand anders geen reet uitvreet.
Ik hou wel van het woordje ‘reet’, niet omdat ik wil shoqueren, maar omdat je zelfs met de ongeloofelijk in-zijnde rollende R van tegenwoordig het woord niet kan uitspreken zonder platvloers over te komen. Dat moeten ze op VTM eens proberen bij Birgit van Mol ofzo… “Rrrrrrreet”.

Maar waar waren we? Oh ja, die gast, … die gast bolde het al snel af met z’n Kipling rugzakje en z’n laptop… want hij had me beledigd en hij vreesde een al te uitgebreid antwoord waarschijnlijk, ofwel moest hij naar de logopedist om het woord “Sossiessen” te leren uitspreken met die tanden van hem.
En ik lachtte, want ik wil deze gast nog wel eens terugzien, als hij hier een jaar of 2-3 werkt. Wanneer al z’n mooie ambities gewoon zijn weggekwijnd, of wanneer hij uit pure ellende ander werk zoekt en merkt dat hij zich hier heeft verbrand en voor niemendal zoveel energie heeft gestoken in die tests van hem. Tests die trouwens geen hol uitmaken gezien de structuur hier. Z’n ambitie en enthousiasme was een klein beetje dan hetgeen ik hier in’t begin vertoonde. En waarschijnlijk zat er toen ook een gast die wat langer hier werkte met me te lachen, de sarcastische klootzak.

En ja, ik kan het niet meer opbrengen, en ja dat ligt aan mezelf. Ik ben nooit de ingenieur geweest, die ICT-hoogvlieger, de brilliante programmeur. Ik denk niet logisch, ik denk niet als een robot en ik ben al helemaal niet consequent. Ik ben een non-sequetor. En daar ben ik trots op (mooie bumpersticker ook). Ik zit hier enkel en alleen omdat ze voor de prijs van 1 dure gast, er 2 goedkope konden wegplukken bij een ISP, en omdat ik een redelijke kennis had van routers. En ik spreek in de verleden tijd. Want ik ben hier alles verleerd. En ik ben verheven hieromtrend. Ik kan nu verder gaan met mezelf te vernielen in een wereld die me blijft uitkotsen. Ik ben de slechte champignonsaus die is opgelikt door een straathond die in vuilzakken snuffelt in een restaurantbuurt. En die werd uitgebraakt, en door diezelfde hond weer opgelikt. En terug uitgekotst, en terug opgelikt,… in een eindeloze rotonde zonder achtergrondmuziek.
Maar wees gerust jongetje, ik zal me zeker niet overwerken.

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku