post-holiday depressions…

(Voorlopig nog een cross-post tot het tracblog volledig met de jusite ledenbestanden gevuld is.)

M’n post-holiday depressie is aan het wegebben. De eerste shock was eigenlijk veel zwaarder dan ik had durven vermoeden tijdens m’n 3 weken acclimatisatie. Het resultaat is danook dat ik deze week eigenlijk tegen 11 à 12u kwam binnengewaaid op het werk, soms nog met m’n
zonnebril op, dan een pak chips at als middagmaal, om daarna halvelings aan’t werk te gaan. Werk dat deze week voornamelijk bestond uit mezelf een doelwit te maken van de volgende besparingsronde. De 15de juli gaan de suits nog maar eens de bijl in onze organisatie zetten. En waar ik dus bij de eerste ronde’s dacht van “als ik er maar niet bij ben”, denk ik nu eerder van “damn, als ik er nu weer niet bij ben…”.
Als een schip zinkt springen de ratten eerst over boord, en deze zijn inderdaad allemaal weg nu. M’n taken deze week zijn dus vooral in een vergaderzaal uitgevoerd, en deels in het lab. Het is eigenlijk nu beter aan het gaan, na de hevige ruzie begin deze week, zijn de mensen tot het inzicht gekomen dat ik nu eenmaal een wildcard ben, een joker, een onstandvastig onderdeel van hun organogram. En ze hebben er zich bij neergelegd dat ik soms enorm nuttig ben, en soms enorm destructief. De voorstellen die ik deed zijn, zei het schoorvoetend en met verdraaide
woorden, toch aanvaard geworden. M’n eenmansoorlog tegen m’n directe oversten heeft nu opgebracht dat we ten eerste ACTIEF gaan zoeken
naar te automatiseren delen van de procedures (voor de toekomst zeker, aangezien de aar dan de taken steeds complexer wordt en sneller moet gaan) en ten tweede heb ik bereikt dat m’n manager en naaste collega elks 30% van de taak mee op zich moeten nemen. Wat betekend dat ik
daadwerkelijk van 95% naar 30% zak in het opruimen van de strontberg aan problemen. Heel fijn is het, om te zien dat iemand die eerst heel licht over deze problemen sprak, er ruim 5 keer zo lang over doet om ze op te lossen dan mij. Ik denk dat ik om het in GTA San Andreas
termen te zeggen weer een streepje respect hebt bijgekregen van m’n homies. Ze moesten eens weten…

Gisteren heeft iemand me opgebeurd, met me gewoon uit te nodigen voor een verjaardagsdrink van iemand die ze kende. En ik hoorde er bij. Ik heb dat gevoel bijna nooit. HEt gevoeld dat iemand zal vragen hoe het met je verlof was, en het meent, welk boek je leest en het echt wil
weten, en wanneer ze vragen wat de eerste film was die je ooit alleen ging zien in de bioscoop. Mensen zijn soms zo fake en voorspelbaar dat ze me na 5 minuten al niet meer interesseren, ook al hebben ze een minirok aan en zwaaien ze veel met hun haar alsof ze uit de grot achter een waterval komen gewandeld in een douche-gel reclame. De mensen gisteren waren echt tof en ze aanvaarden ook dat ik ben wie ik ben, al kan
ik er niet overal bij zijn uiteraard. Het is goed om te weten dat er toch nog altijd mensen zijn die me kunnen opbeuren.

Gepubliceerd door

kim

twitter.com/kim0raku